< Terug naar overzicht

Hoe ver reikt de ontslagbescherming na grensoverschrijdend gedrag?

Een werknemer die een verzoek tot psychosociale interventie heeft ingediend bij de preventieadviseur psychosociale aspecten voor feiten van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, geniet van een bescherming tegen ontslag en/of ‘nadelige maatregelen’. Het Hof van Cassatie besliste recent dat dit verbod niet uitsluit dat het ontslag of de nadelige maatregel kan gerechtvaardigd worden door redenen die zijn afgeleid uit feiten die in het verzoek tot interventie als pesterijen worden aangemerkt.

Naast diverse bepalingen rond arbeidsveiligheid, bevat de Welzijnswet ook een afzonderlijk hoofdstuk over de preventie van ‘psychosociale risico’s’, waaronder stress, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk. De werkgever moet op basis van dit hoofdstuk de nodige preventiemaatregelen treffen om te vermijden dat psychosociale risico’s zich op de werkvloer zouden kunnen voordoen. Om dit te kunnen doen moet de werkgever vooraf de situaties die aanleiding kunnen geven tot psychosociale risico’s op het werk identificeren en vervolgens de risico’s evalueren.

Hoewel de werkgever autonoom beslist op welke manier het welzijnsbeleid wordt gevoerd, legt de Welzijnswet wel enkele preventiemaatregelen op die de werkgever minimaal moet treffen. Naast het uitvoeren van een risicoanalyse, moet de werkgever bijvoorbeeld ook interne procedures uitwerken waarop werknemers een beroep kunnen doen wanneer ze menen schade te ondervinden ten gevolge van psychosociale risico’s op het werk. Deze interne procedures moeten worden opgenomen in het arbeidsreglement. Sinds de wetswijziging in 2014 spreken we niet langer over ‘klachten’, maar van een ‘verzoek tot interventie’.

De Welzijnswet voorziet in een ontslagbescherming voor onder andere een werknemer die een formeel verzoek tot psychosociale interventie heeft ingediend voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, ook wel bestempeld als ‘grensoverschrijdend gedrag’. Dit ontslagverbod houdt in dat de werkgever de arbeidsverhouding niet mag beëindigen, tenzij om redenen die vreemd zijn aan het verzoek. Evenmin mogen ten aanzien van deze werknemer nadelige maatregelen worden genomen die verband houden met het verzoek tot interventie. Het komt aan de werkgever toe te bewijzen dat het ontslag of de maatregelen zijn ingegeven door redenen vreemd aan het verzoek.

De discussie die de voorbije jaren rees in rechtsleer en rechtspraak betreft de vraag of de ontslagredenen enkel vreemd dienen te zijn aan het neerleggen van het verzoek an sich, of tevens vreemd moeten zijn aan de inhoud van het verzoek. Met andere woorden, mag het ontslag zijn grondslag vinden in feiten die expliciet vermeld zijn in het verzoek tot formele interventie?

In zijn arrest van 15 juni 2020 schept het Hof van Cassatie voor eens en voor altijd duidelijkheid door te stellen dat de bepalingen van de Welzijnswet niet uitsluiten dat het ontslag of de nadelige maatregel kan gerechtvaardigd worden door redenen die zijn afgeleid uit feiten die in het verzoek tot interventie als pesterijen worden aangemerkt.

Concreet betekent dit dat het de werkgever niet verboden is om bij de motivering van een ontslag onder meer te verwijzen naar feiten die de werknemer in het verzoek tot formele psychosociale interventie heeft opgenomen.

Cass. 15 juni 2020, S.19.0041.N

 

Kenny Decruyenaere
Senior Associate
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen