< Terug naar overzicht

Humanitaire vergoeding én ziekte- of invaliditeitsuitkeringen?

Kan een humanitaire vergoeding betaald in het kader van een medische overmacht gecumuleerd worden met ziekte- of invaliditeitsuitkeringen? Het Arbeidshof te Brussel hakt de knoop door!

Sieglien Huyghe, Advocaat, Claeys & Engels

1-

Wanneer het einde van de arbeidsovereenkomst vastgesteld wordt wegens medische overmacht overeenkomstig art. 34 van de Arbeidsovereenkomstenwet, dan is de werkgever aan de werknemer geen enkele verbrekings- of andere beëindigingsvergoeding verschuldigd.

Niettemin valt het voor dat een werkgever in dergelijk geval aan de werknemer toch een bepaalde vergoeding wenst toe te kennen omwille van menselijke redenen.

De vraag die zich dan stelt, is of deze vergoeding (die in de praktijk ook wel de humanitaire vergoeding wordt genoemd) gecumuleerd kan worden met de ziekte- of invaliditeitsuitkeringen die de werknemer ontvangt.

Dit is ook de vraag die het Arbeidshof te Brussel in haar arrest van 10 maart 2022 finaal heeft beantwoord.

2-

Art. 103 §1, 1° van de ZIV-wet bepaalt uitdrukkelijk dat er geen cumul mogelijk is tussen loon en de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen.

In dit kader nam het RIZIV in 2016 het standpunt in dat een vergoeding die betaald wordt naar aanleiding van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht niet als loon moet worden beschouwd, maar als een gift zodat deze effectief gecumuleerd kan worden met de ziekte- of invaliditeitsuitkeringen.

In het jaar 2019 wijzigde het RIZIV evenwel plotsklaps haar standpunt en kwam zij op basis van identiek dezelfde redenering tot de conclusie dat de humanitaire vergoeding wel als loon moest worden beschouwd en aldus niet kon gecumuleerd worden met de ziekte- of invaliditeitsuitkeringen.

Het RIZIV gaf vervolgens de mutualiteiten de opdracht om bij toekenning van een humanitaire vergoeding de ziekte- of invaliditeitsuitkeringen te schorsen en om over te gaan terugvordering van de volgens hen onrechtmatig genoten uitkeringen ingevolge het cumulverbod. Zij baseerden zich hiervoor niet alleen op art. 103 §1, 1° van de ZIV-wet, maar ook op art. 103 §1, 3° van de ZIV-wet dat bepaalt dat een verbrekingsvergoeding niet gecumuleerd kan worden met de ziekte- of invaliditeitsuitkering.

Dit leidde er toe dat heel verzekeringsgerechtigden geconfronteerd werden met een terugvordering die zij dienden te betwisten voor de arbeidsrechtbank. Gelet op de vele procedures die tegen de mutualiteiten werden opgestart door de verzekeringsgerechtigden, besloot de LCM om de problematiek juridisch te laten uitklaren door het RIZIV te dagvaarden voor de arbeidsrechtbank te Brussel.

3-

De arbeidsrechtbank te Brussel oordeelde in haar vonnis van 18 december 2020 dat, wanneer de arbeidsovereenkomst een einde neemt door medische overmacht en er in het kader daarvan een humanitaire vergoeding betaald wordt, er sowieso geen beroep gedaan kan worden op artikel 103 §1, 3° van de ZIV-wet om tot terugvordering over te gaan nu de situatie van medische overmacht geen ontslaghandeling inhoudt.

Vervolgens oordeelde de arbeidsrechtbank te Brussel dat ook het artikel 103 §1, 1° van de ZIV-wet geen toepassing kan vinden omdat het RIZIV niet aantoont dat een dergelijke vergoeding effectief loon uitmaakt in de zin van de Loonbeschermingswet. Premies of vrijgevigheden zullen immers slechts loon uitmaken wanneer een specifiek rechtsbron kan worden aangewezen die de werknemer daarop een afdwingbaar recht geeft. 

De arbeidsrechtbank te Brussel oordeelde dat dit niet aangetoond werd zodat het wel degelijk een gift betreft die gecumuleerd kan worden met de ziekte- of invaliditeitsuitkeringen.

4-

Het RIZIV tekende tegen deze beslissing hoger beroep aan en het Arbeidshof te Brussel hakte op 10 maart 2022 de knoop finaal door.

Meer concreet bevestigde het Arbeidshof te Brussel in haar arrest dat een humanitaire vergoeding die betaald wordt naar aanleiding van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht wel degelijk als een gift moet worden beschouwd en dus, op basis van de huidige stand in de wetgeving, gecumuleerd kan worden met ziekte- en invaliditeitsuitkeringen. Dit alles wel op voorwaarde dat niet blijkt dat de vergoeding gesteund is op vooraf bepaalde mathematische criteria en dat het niet gaat om een algemeen bestendig gebruik binnen de onderneming.

Arbeidshof Brussel 10 maart 2022, A.R. 2021/AB/48

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen