< Terug naar overzicht

Klant bezorgt brutale privémail van werknemer: geldig bewijs voor dringende reden?

Een beschermde werknemer had tijdens zijn vrije tijd een e-mail gestuurd naar een klant van zijn werkgever met zijn professioneel e-mailadres, waarin hij zich in onbeleefde bewoordingen uitliet over een privékwestie. De klant voelde zich geschoffeerd door de e-mail en stuurde deze door naar de werkgever, die op basis van de e-mail wilde overgaan tot ontslag om dringende reden. De arbeidsrechtbank moest zich uitspreken over de vraag of de werkgever de doorgestuurde e-mail kon gebruiken als bewijs.

Volgens de Wet Elektronische Communicatie is het in principe strafbaar om met opzet kennis te nemen van het bestaan van informatie die via elektronische weg is verstuurd en niet persoonlijk bestemd is voor de persoon die ervan kennisneemt. De werkgever die het e-mailverkeer tussen zijn werknemer en een derde aanwendt in het kader van een ontslag om dringende reden, schendt deze bepaling waardoor het bewijs van de dringende reden onrechtmatig verkregen zal zijn.

Traditioneel moet de rechter het onrechtmatig verkregen bewijs uit de debatten weren en kan een ontslag om dringende reden dus niet gesteund worden op een dergelijk bewijs. Deze uitsluitingsleer werd echter in 2003 al sterk genuanceerd door het zogenaamde Antigoon-arrest, op basis waarvan het gebruik van onrechtmatig bewijs enkel nog verboden is wanneer:

  1. op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvoorwaarden worden geschonden
  2. de betrouwbaarheid van het bewijs wordt aangetast
  3. het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.

Het Antigoon-arrest had echter betrekking op een pure strafzaak, waardoor er nadien onder de arbeidsgerechten discussie is ontstaan over de vraag of de Antigoon-leer ook kan worden toegepast in het sociaal recht. Het Hof van Cassatie bevestigde in 2008 dat de Antigoon-leer inderdaad toegepast kon worden in een socialezekerheidszaak tussen een werkloze en de RVA, maar over de toepassing in het arbeidsrecht blijft de rechtspraak nog steeds tot op zekere hoogte verdeeld.
De arbeidsrechtbank van Antwerpen, afdeling Hasselt, boog zich recent over de bewijskwestie in haar vonnis van 12 augustus 2020. In deze zaak had de werknemer door de jaren heen al verschillende opmerkingen gekregen over zijn onbeschoft taalgebruik ten opzichte van collega’s en klanten. In mei 2020 ontving de werkgever een formele klacht van een klant, die niet te spreken was over de toon van een privémail die hij van de betrokken werknemer had ontvangen. Hoewel de e-mail verzonden was via het professioneel e-mailadres van de werknemer, had hij inhoudelijk een uitsluitend privékarakter en was hij bovendien verstuurd buiten de arbeidsuren. Toch vond de klant dat het zijn plicht was de werkgever op de hoogte te brengen van de beledigingen.

Hierop vroeg de werkgever aan de klant hem de bewuste privémail te forwarden, zodat de werkgever zich een oordeel kon vormen over de ernst van de beledigingen. Na het lezen van de e-mail besloot de werkgever dat de maat vol was en stelde hij de procedure tot erkenning van de dringende reden in voor de arbeidsrechtbank.

De werknemer voerde tijdens de procedure aan dat zijn werkgever de Wet Elektronische Communicatie had geschonden door het lezen van de privémail die niet voor hem bestemd was. Volgens de werknemer was de e-mail dan ook op illegale manier verkregen, waardoor deze niet gebruikt mocht worden als bewijs voor een ontslag wegens dringende reden. De arbeidsrechtbank oordeelde dat de e-mail misschien wel door schending van de privacy verkregen was, maar dat de bewijswaarde van de e-mail hierdoor niet werd aangetast. Bijgevolg mocht de werkgever de e-mail door toepassing van de Antigoon-leer wel degelijk als bewijs gebruiken.
Bij de beoordeling ten gronde hechtte de rechtbank er ten slotte belang aan dat de bewuste e-mail verstuurd was vanuit het professioneel e-mailadres. Door het gebruik van het professioneel e-mailadres werd de werkgever immers in opspraak gebracht en konden de feiten niet aanzien worden als volledig kaderend buiten de professionele sfeer. Overigens kunnen feiten uit het privéleven wel degelijk een grond tot ontslag om dringende reden vormen wanneer ze een invloed kunnen hebben op de professionele relatie tussen werkgever en werknemer, hetgeen in deze zaak ook duidelijk het geval was. De beledigende e-mail vormde dan ook een ernstige tekortkoming die iedere verdere samenwerking onmogelijk maakte.

Werknemers letten dus maar beter op hun taalgebruik wanneer zij privémails versturen aan klanten van hun werkgever. Een forward naar de werkgever en een ontslag om dringende reden zijn immers gauw gebeurd...

Arbrb. Antwerpen, afdeling Hasselt 12 augustus 2020, AR nr. 20/592/A, onuitg.

Lauren Daniels
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen