< Terug naar overzicht

Loopbaanonderbreking wegens medische bijstand: berekening opzeggingsvergoeding op basis van een fictief (voltijds) loon?

In een vonnis van 14 februari 2022 bevestigde de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt dat ingeval van een ontslag tijdens loopbaanonderbreking wegens medische bijstand voor de berekening van de wettelijke opzeggingsvergoeding het loon overeenstemmend met de verminderde prestaties in acht moet worden genomen en dus geen fictief voltijds loon.

bastien van Damme, Advocaat, Claeys & Engels

In voorliggende procedure betrof het een werknemer die haar arbeidsprestaties had verminderd naar 18,5 uur per week in het kader van thematisch verlof voor medische bijstand. Tijdens deze periode beëindigde de werkgever haar arbeidsovereenkomst met betaling van een opzeggingsvergoeding overeenstemmend met de wettelijke opzeggingstermijn. Voor de berekening van de opzeggingsvergoeding ging de werkgever uit van het reële deeltijdse loon. De werknemer meende dat dit niet correct was en startte een procedure voor de betaling van een aanvullende opzeggingsvergoeding op basis van een fictief voltijds loon.

De arbeidsrechtbank heeft deze vordering echter afgewezen en bevestigde dat de werkgever correct de opzeggingsvergoeding heeft begroot, gezien er geen wettelijke verplichting bestaat om bij een ontslag tijdens thematisch verlof voor medische bijstand bij de berekening te vertrekken vanuit een fictief voltijds loon.

In het kader van thematisch verlof wegens medische bijstand is enkel bepaald dat voor de berekening van de duur van de opzeggingstermijn voor de periode voor 1  januari 2014 er rekening moet worden gehouden met een hypothetisch jaarloon alsof de werknemer zijn prestaties niet had verminderd. Voor de periode voor 1 januari 2014 wordt immers een onderscheid gemaakt wat betreft de duur van de opzeggingstermijn tussen lagere en hogere bedienden in functie van een inkomensgrens van 32.254 EUR. Hogere bedienden hebben een langere opzeggingstermijn en dus onrechtstreeks een hogere opzeggingsvergoeding. Dat dit principe correct werd toegepast, stond in dit dossier niet ter discussie.

De arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt bevestigde alzo de reeds eerder hierover gevelde rechtspraak.

De arbeidsrechtbank verwees ter argumentatie naar de Arbeidsovereenkomstenwet die bepaalt dat de vergoeding gelijk moet zijn aan het lopend loon (inclusief voordelen) overeenstemmend met de wettelijke opzeggingstermijn. Met het lopend loon wordt bedoeld het loon zoals van toepassing op het ogenblik van het ontslag.

Aanvullend oordeelde de arbeidsrechtbank dat de regeling in het kader van ouderschapsverlof niet naar analogie kan worden toegepast op andere vormen van loopbaanonderbreking. Bij ouderschapsverlof is het uitdrukkelijk voorzien dat er wel moet rekening gehouden worden met het loon dat de werknemer zou verdiend hebben als men de arbeidsprestaties niet had verminderd.

Tot slot hebben de verminderde prestaties niet enkel een invloed op het loon als dusdanig. Ook bijvoorbeeld de eindejaarspremie, het dubbel vakantiegeld, de ecocheques… – allen onderdeel van het bruto jaarloon dat als basis dient voor de berekening van de opzeggingsvergoeding – mogen in acht worden genomen in overeenstemming met het verminderde tewerkstellingspercentage.

Arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt, 20/1049/A

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen