< Terug naar overzicht

Moedwillig weigeren om informatie te delen kan werknemer zuur opbreken

Een IT’er in dienst bij een vzw had onder meer de taak een nieuwe website uit te bouwen. De werknemer werd naar aanleiding van zijn afwezigheid verzocht om bepaalde informatie te bezorgen zodat er verder aan gewerkt kon worden. Hij was immers de enige die beschikte over de nodige gegevens daarvoor. De werknemer ging daar niet op in, ondanks herhaaldelijk aandringen van de werkgever. Uiteindelijk wordt de werknemer ontslagen om dringende reden. Is dat een terechte sanctie? Het arbeidshof van Brussel sprak zich uit.

Lisa Schevenels, Advocaat, Claeys & Engels

Naar aanleiding van de afwezigheid van de werknemer (wegens vakantie en vervolgens arbeidsongeschiktheid), verzocht de leidinggevende de werknemer per mail om bepaalde informatie (waaronder een paswoord) te bezorgen zodat de continuïteit van het werk verzekerd kon worden. De werknemer was immers de enige die beschikte over de gegevens om de website online te zetten. De werknemer beantwoordde de mails wel, maar bezorgde de gevraagde informatie niet. Na verloop van tijd stelde hij dan niet-gevraagde alternatieven voor, die ook niet de gewenste oplossing boden (bv. een nieuw account aanmaken). Ook na herhaaldelijk aandringen, verstrekte de werknemer de informatie niet.

In een laatste ingebrekestelling werd de werknemer een uiterlijke uitvoeringstermijn gegeven met de heldere toelichting dat hij ontslagen zou worden om dringende reden bij gebrek aan tijdig en gepast gevolg. Vijf dagen te laat antwoordde de werknemer dat hij de gegevens niet wilde delen omdat hij het account had gelinkt aan zijn privé e-mailadres. Hij bevestigde dus dat hij bewust geen gevolg had gegeven aan de eerdere verzoeken.

De werkgever ging vervolgens over tot ontslag om dringende reden.

De werknemer betwistte het ontslag en vorderde o.a. een opzeggingsvergoeding bij de arbeidsrechtbank. Nadat de werknemer door de eerste rechters in het gelijk werd gesteld, tekende de werkgever hoger beroep aan.

Het arbeidshof hervormt het vonnis en oordeelt dat uit de omstandigheden van het dossier blijkt dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan (i) het achterhouden van informatie die noodzakelijk is voor de werkgever en (ii) insubordinatie door meerdere gerechtvaardigde verzoeken van zijn leidinggevende te negeren.

Het hof stelt dat de werknemer niet verantwoordt waarom hij zijn privé e-mailadres gebruikt heeft en dat hij dat onmiddellijk kenbaar had moeten maken zodat andere oplossingen gezocht konden worden. Dat hij in plaats daarvan verkoos om de verzoeken vrijwillig te negeren, fragmentarisch informatie te geven en daarbij te doen alsof hij niet begreep wat er van hem werd gevraagd, verergerde de situatie.

Het arbeidshof besluit dus dat de werknemer een zware fout heeft begaan die een ontslag om dringende reden verantwoordt, zelfs al zou het om een geïsoleerd feit gaan.

Opmerkelijk is dat de arbeidsongeschiktheid van de werknemer als irrelevant wordt beschouwd aangezien hij tijdens deze periode wel zijn e-mails las en beantwoordde.

Een werknemer verleent dus best de nodige medewerking aan gerechtvaardigde verzoeken om cruciale informatie te delen. Er kan echter niet besloten worden dat elke weigering om eender welke informatie te bezorgen een ontslag om dringende reden rechtvaardigt.

Arbh. Brussel (fr.) 5 januari 2022, AR 2018/AB/978, onuitg.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen