< Terug naar overzicht

Mondmaskers op de (gesloten) werkvloer: kan werkgever dit opleggen?

In Frankrijk werd de mondmaskerplicht binnen alle gesloten ruimtes van ondernemingen ingevoerd. Alle werknemers die in een gedeelde ruimte van een kantoor of fabriek werken, zijn verplicht een mondmasker te dragen. Individuele kantoren zijn logischerwijze van deze verplichting uitgesloten. Deze mondmaskerplicht is verregaand: van het wandelen door de gang, het halen van een koffie tot het werken in een gedeeld kantoor, zelfs als de afstandsregel gerespecteerd kan worden. Maar hoe zit het nu in België?

In ons land geldt nog geen algemene mondmaskerplicht op de werkvloer. Het toepasselijk ministerieel besluit voorziet immers enkel in een dergelijke plicht voor specifieke ondernemingen, waaronder winkels, bioscopen, musea, casino’s en gerechtsgebouwen. Enkel open ruimtes worden beoogd. Gesloten ruimtes, zoals fabrieken en kantoren die geen publiek toelaten, vallen niet onder de mondmaskerplicht. Van een algemene mondmaskerplicht is dus (nog) geen sprake.

Toch is het de werkgever toegestaan om onder bepaalde voorwaarden de werknemers (die niet onder het ministerieel besluit vallen) tijdens hun werk te verplichten een mondmasker te dragen. Dit kan gebeuren op ondernemingsniveau, maar ook op sectoraal of regionaal niveau.

De eerste situatie waarin de werkgever zijn personeel mondmaskerplicht kan opleggen, is wanneer de intussen alom bekende afstandsregel van anderhalve meter niet gerespecteerd kan worden. Let wel, dit kan enkel opgedragen worden nadat de organisatorische en collectieve beschermingsmaatregelen (zoals het organiseren van telewerk, het voorzien in glijdende werkuren en het plaatsen van scheidingswanden) uitgeput zijn. Deze redenering vindt haar grondslag in de Generieke Gids (die door de sociale partners van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, de beleidscel van de minister van Werk en experten van de FOD Werkgelegenheid werd uitgewerkt). Die gids verwijst dan weer naar de preventiehiërarchie - die aangeeft welke preventiemaatregelen primeren op andere - bepaald in de welzijnswetgeving. Het dragen van een mondmasker is namelijk een individuele beschermingsmaatregel, die in de hiërarchie lager staat dan de collectieve en organisatorische maatregelen. Het behoort bijgevolg toe aan elke werkgever om op basis van een risicoanalyse na te gaan welke situaties en activiteiten problematisch (kunnen) zijn en in welke gevallen het dragen van een mondmasker het enige alternatief is.

Bovendien moeten ook nog steeds de maatregelen die door de regionale overheden worden opgelegd in acht genomen worden. Gelet op lokale opflakkeringen kunnen per regio andere regels gelden. Het zou dus perfect kunnen dat een provincie, of zelfs een enkele stad, de mondmaskerplicht op alle werkvloeren invoert, terwijl deze in andere provincies en andere gemeenten of steden niet wordt opgelegd.
Voorts is het mogelijk dat op sectoraal vlak een protocol wordt gesloten waarin het dragen van een mondmasker in bepaalde omstandigheden door de werkgever verplicht kan worden. Wordt er binnen de sector geen gids of protocol opgesteld, dan kan de Generieke Gids en de daarin opgenomen preventiemaatregelen en preventiehiërarchie als basis dienen. Vandaag is ons nog geen sector bekend die een dergelijke algemene plicht voor gesloten ruimtes oplegt. De meeste sectoren beroepen zich louter op de algemene principes van de Generieke Gids.

Ten slotte slot heeft de werkgever altijd de mogelijkheid om in de onderneming een mondmaskerplicht in te voeren via een wijziging van het arbeidsreglement, in samenspraak met de werknemersvertegenwoordigers.

Dat een algemene mondmaskerplicht op de werkvloer niet van hogerhand verplicht wordt, betekent dus geenszins dat de werkgever dit niet zou kunnen opleggen. Tot vandaag lijken de meeste ondernemingen (tenzij deze die verplicht zijn op basis van het ministerieel besluit) nog geen verregaande individuele maatregelen te nemen, waardoor het merendeel van de werknemers nog vrij van mondmasker koffie kan halen en door het gebouw kan wandelen.

Wat dan met de kost van mondmaskers voor het personeel? Wanneer de werkgever zijn personeel verplicht een mondmasker te dragen, zal hij dit beschermingsmiddel vanzelfsprekend gratis ter beschikking moeten stellen. Dit vloeit voor uit zijn verplichtingen op basis van de welzijnswetgeving. We vinden hier dezelfde redenering terug als voor werkkledij: de werknemer mag de aanwezige risico’s op zijn werkplek niet naar zijn woning meebrengen en moet de op de werkplek gebruikte en mogelijk besmette mondmaskers dus niet naar huis meenemen. Het schoonmaken moet gebeuren door de werkgever, om iedere besmetting van de woonomgeving van de werknemers via de werkomgeving te vermijden.

Volgens het (niet-gepubliceerd) standpunt van de RSZ, beschouwt deze de terbeschikkingstelling van maskers niet als een loonvoordeel in natura, maar alleen op voorwaarde dat het totaal aantal aangekochte mondmaskers in verhouding staat tot het aantal dat de werknemers tijdens hun werk (inclusief woon-werkverplaatsingen) moeten gebruiken. Een tussenkomst van de werkgever in de aankoopkost gemaakt door de werknemer of de terugbetaling aan de werknemer van een forfaitair bedrag om hiermee mondmaskers te kopen, is daarentegen niet mogelijk, zo meent de RSZ.

Camille Verplaetse
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen