< Terug naar overzicht

Ontslag om dringende reden: je steekt je neus best niet (gericht en ongerechtvaardigd) in andermans zaken

De arbeidsrechtbank Gent, afdeling Brugge boog zich op 15 november 2021 over het ontslag om dringende reden van een diensthoofd omwille van het feit dat zij gericht en ongerechtvaardigd inzage had genomen in verschillende medische dossiers van patiënten, die tevens medewerkers van het ziekenhuis waren.

De bal ging aan het rollen toen het directiecomité op een gegeven moment besliste “om een check te doen wie het medisch dossier van een opgenomen medewerker had geraadpleegd”. Uit deze steekproef/audit kwam naar voren dat het diensthoofd MZG (Minimale Ziekenhuis Gegevens) zich toegang had verschaft tot het elektronisch patiëntendossier van de desbetreffende medewerker. Toen ook een detaillogging van een ruimere periode werd opgevraagd, bleek dat het diensthoofd niet aan haar proefstuk toe was. In die periode had zij zich immers toegang verschaft tot de medische dossiers van maar liefst 5 andere patiënten, die allen ook medewerkers van het ziekenhuis waren.

Naar aanleiding van deze ontdekking werd het diensthoofd de dag nadien uitgenodigd voor een gesprek, waarbij zij werd geconfronteerd met de gedane vaststellingen. Na lang ontkennen, gaf ze uiteindelijk toe de dossiers uit nieuwsgierigheid te hebben geopend. Diezelfde dag nog werd het diensthoofd ontslagen om dringende reden. Zij was het hiermee evenwel oneens en stapte naar de arbeidsrechtbank.

De arbeidsrechtbank oordeelde in eerste instantie dat het ontslag om dringende reden tijdig werd gegeven. Interessant hierbij was de opmerking van de rechtbank dat niet verwacht kan worden dat het ziekenhuis als het ware ogenblikkelijk kennis had moeten hebben van het misbruik van toegangsrechten. Dit zou immers een totale en permanente elektronische bewaking vereisen, hetgeen disproportioneel zou zijn. De rechtbank stelde dat de werkgever weliswaar binnen welbepaalde grenzen controle mag uitoefenen op het gebruik van ICT, maar noodgedwongen ook vertrouwen moet schenken aan zijn werknemers, die dat vertrouwen op hun beurt niet mogen beschamen.

Vervolgens was de arbeidsrechtbank van oordeel dat het bewijs niet op een onrechtmatige manier werd verkregen. De rechtbank verwees hiervoor naar de ICT-policy van de werkgever, waarin controlemaatregelen en procedures stonden beschreven.

Tot slot besloot de arbeidsrechtbank dat het ontslag om dringende reden eveneens gerechtvaardigd was. De arbeidsrechtbank maakte in dit kader de volgende overwegingen:

Vooreerst bevestigde de rechtbank dat het vaststond dat het diensthoofd inzage had genomen in verschillende patiëntendossiers zonder dat zij hiervoor een gegronde reden had. De rechtbank hield hierbij rekening met de volgende zaken: zij keek gericht welbepaalde dossiers in op dagen waarop zij geacht werd niet te werken; de dossiers hadden allemaal betrekking op medewerkers van het ziekenhuis; tijdens het gesprek heeft ze toegegeven dat ze de dossiers uit nieuwsgierigheid heeft geopend en ze slaagde er niet in om een duidelijke, concrete en overtuigende reden te geven waarom ze inzage nam in de bewuste dossiers.

Verder besloot de rechtbank dat een dergelijke ongerechtvaardigde inzage in patiëntendossiers van personen, die zelf ook werkzaam waren in het ziekenhuis, effectief een ernstige tekortkoming uitmaakte. De rechtbank wees in dit verband op het belang van de bescherming van persoonsgegevens, in het bijzonder van gezondheidsgegevens. De rechtbank stelde dan ook dat van een ziekenhuismedewerkster mag worden verwacht en geëist dat zij de persoonlijke levenssfeer van elke patiënt maximaal respecteert, hetgeen inhoudt dat zij zich ervan moet onthouden gericht kennis te nemen van patiëntendossiers die haar niet aanbelangen.

De arbeidsrechtbank vond dat de onberispelijke staat van dienst, de eerdere goede prestaties en de lange anciënniteit van het betrokken diensthoofd geen afbreuk deden aan de ernst van de tekortkoming. Wel integendeel, als diensthoofd (van een dienst die per definitie met persoonsgegevens moet omgaan) kende zij maar al te goed de geldende beginselen, regels en afspraken hieromtrent en had zij net een voorbeeld- en vertrouwensfunctie. Dat het diensthoofd misbruik maakte van haar toegangsrechten om patiëntendossiers van medewerkers van het ziekenhuis in te kijken, hield volgens de arbeidsrechtbank dan ook zonder meer een ernstige tekortkoming in die elke verdere professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakte.

Dit vonnis leert ons dat zelfs wanneer iemand in hoofde van zijn/haar functie IT-matig toegang heeft tot alle patiëntendossiers in een ziekenhuis (en vertrouwelijke dossiers in het algemeen), dit niet automatisch betekent dat die persoon zomaar (zonder enige gegronde reden) van alle (medische) dossiers inzage mag nemen. Gericht en ongerechtvaardigd je neus in andermans zaken steken, is dus niet alleen in strijd met de GDPR, maar kan eveneens een ontslag om dringende reden rechtvaardigen.

Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Brugge 15 november 2021, AR nr. 20/693/A, onuitg.

Lise-Marie Platteau
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen