< Terug naar overzicht

Ontslagbescherming door neerleggen klacht wegens pesten op het werk: wat niet weet, niet deert

Een werkgever ontsloeg een werknemer wegens onvoldoende prestaties en tegenvallende commerciële resultaten. De werknemer meende echter beschermd te zijn tegen ontslag gezien hij ongeveer twee weken voor zijn ontslag de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk had geconsulteerd met het oog op het opstarten van een formele psychosociale interventieprocedure wegens pesterijen op het werk door zijn directe leidinggevende. Hoe liep het af?

Tijdens dit bezoek had de werknemer in ieder geval al een mandaat gegeven aan de preventieadviseur psychosociale risico’s om de formele procedure op te starten.
Tussen partijen ontstond discussie over de vraag of de werknemer al dan niet reeds een formeel verzoek deed tot psychosociale interventie. Deze vraag is van cruciaal belang, omdat de toepasselijke wetgeving stelt dat de werknemer pas beschermd is tegen ontslag indien er effectief een formeel verzoek werd ingediend tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk. De werknemer meende dat er al sprake was van een formele klacht die was neergelegd bij de preventieadviseur psychosociale risico’s. De werkgever argumenteerde echter dat de werknemer enkel een mandaat had gegeven aan de preventieadviseur om de zaak te behandelen en daarmee enkel zijn wil uitdrukte om in de toekomst een klacht neer te leggen.

Deze stelling werd bevestigd door de preventieadviseur die meende nooit een formele klacht te hebben opgesteld omdat de werknemer nadien geen verder gevolg gaf aan het verzoek.
De arbeidsrechtbank liet de vraag of het al dan niet een formele klacht betrof buiten beschouwing. Met andere woorden: de arbeidsrechtbank sprak zich er niet over uit of de handelingen van de werknemer al dan niet reeds beschouwd konden worden als een formeel verzoek tot interventie. Er werd dan ook evenmin beslist over het al dan niet aanvangen van de ontslagbescherming. De arbeidsrechtbank ging meteen een stap verder en besliste alvast dat uit de stukken van het dossier sowieso duidelijk was dat de werkgever op het ogenblik van het ontslag geen kennis had van enige handeling die de werknemer had gesteld in het kader van een psychosociale interventie.

Omdat de werkgever door de externe preventiedienst niet op de hoogte werd gebracht van de handelingen van de werknemer, kon het ontslag hiermee dan ook geen verband houden. Iets wat een werkgever niet weet, kan immers niet de oorzaak van een ontslag zijn. De arbeidsrechtbank oordeelde bijgevolg dat de vordering van de werknemer tot betaling van een beschermingsvergoeding ongegrond was.

Arbeidsrechtbank Brussel, Franstalige afdeling, 4 maart 2020, A.R. 18/5165/A

Veerle Van Keirsbilck
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen