< Terug naar overzicht

Ook bij staking is wegbelemmering een misdrijf

Recent boog het Hof van Cassatie zich over de veroordeling van een vakbondsmilitant voor feiten die zich hadden voorgedaan in het kader van de algemene staking van 24 juni 2016. Het Hof besloot dat de appelrechters de betrokkene terecht hadden veroordeeld voor kwaadwillige wegbelemmering en dit ongeacht het bredere opzet, die het moreel bestanddeel van het misdrijf niet wegneemt.

Op de bewuste dag hadden de actievoerders vijf wegblokkades, met onder meer brandende autobanden en zware rookvorming, aangebracht op kruispunten in het havengebied van Antwerpen, met grote filevorming tot gevolg. De vakbondsmilitant speelde een belangrijk rol in deze acties, omdat hij niet alleen prominent betrokken was geweest bij de voorbereiding van het stakingspiket, maar ook op 24 juni zelf een coördinerende rol had gespeeld door te bepalen wat er ter plaatse moest gebeuren door de overige manifestanten, door hen op te hitsen en agiterend gedrag te vertonen. Het was ook op zijn aangeven dat de manifestanten zich telkenmale opnieuw op de rijweg begaven om deze te blokkeren.

Het Hof van Beroep oordeelde dat de man zich schuldig had gemaakt aan kwaadwillige wegbelemmering, omdat hij de stakerspost doelbewust had georganiseerd en in stand gehouden om het verkeer te belemmeren, waardoor verkeer gevaarlijk kon worden of ongevallen konden gebeuren, ook ten aanzien van de manifestanten zelf. De appelrechters achtten het immers vanzelfsprekend dat er gevaar school in onder meer de massieve zwarte rookvorming die leidde tot grote hinder en een sterk afgenomen zichtbaarheid bij de weggebruikers, alsook de substantiële filevorming die een directe gevaarsituatie kon doen ontstaan wegens het risico op kop-staartaanrijdingen en terugdraaiende voertuigen.

Het Hof van Cassatie volgde de rechters daarin en bevestigde ook dat het in die zin niet vereist is dat de betrokkene wist of moest weten dat de verkeersbelemmering een potentiële gevaartoestand voor het verkeer inhield. Het vereiste opzet bestaat immers in het opzettelijk belemmeren van het verkeer als dusdanig. De gevaartoestand voor het verkeer die daardoor kan worden veroorzaakt, maakt geen deel uit van dat opzet, maar is slechts het door de strafwet vereiste gevolg dat uit het handelen van de dader moet voortvloeien.

Evenmin relevant was het feit dat de wegbelemmering functioneel was in het kader van de stakingsactie. De wegbelemmering was inderdaad op poten gezet om belangstelling aan de actie te verlenen. Om die reden werden vooraf ook doelbewust strategische kruispunten in het Antwerps havengebied uitgekozen. Het Hof van Cassatie lichtte echter toe dat het enkele feit dat een misdrijf wordt gepleegd in het kader van een staking of een betoging het moreel bestanddeel voor dat misdrijf niet wegneemt, ongeacht de beweegredenen voor die actie.
Het verduidelijkte dat de betrokkene niet wordt verweten een vakbondsactie te hebben opgezet. Het is het plaatsvinden van de concrete wegbelemmering die hem wordt toegerekend, niet de organisatie van een stakingspost. En het was juist deze concrete wegbelemmering die volgens het Hof van Cassatie door de appelrechters terecht werd beschouwd als kwaadwillig. Het kwaadwillig opzet bleek immers uit de feiten, die aantonen dat het specifiek handelen van de betrokkene er van meet af aan op gericht was om wegbelemmering tot stand te brengen. Het arrest verwijst in die zin naar de weloverwogen selectie van de wegblokkade en de versperring over de gehele breedte van de weg met zowel materialen als personen, wat te onderscheiden is van een stakingspost die zou zijn opgesteld op bijvoorbeeld een openbaar plein of aan de rand van een openbare weg.

Ten slotte boog het Hof van Cassatie zich over het stakingsrecht en zijn grenzen. Het Hof bevestigde vooreerst het principe dat het recht te staken of te betogen geen absolute rechten zijn, maar dat de uitoefening van die rechten onderhevig kan zijn aan bepaalde beperkingen.
Het sloot zich opnieuw aan bij de appelrechters, die hadden geoordeeld dat wettelijke strafbepalingen, die de veiligheid en de vrijheid van alle burgers raken, niet zonder meer en op absolute wijze opzij kunnen worden geschoven voor bepaalde fundamentele rechten, hoe waardevol en beschermingswaardig deze ook zijn. Daarmee wordt de syndicale vrijheid niet in het gedrang gebracht. Een syndicale actie betekent geen strafrechtelijk vrijgeleide. Het doelbewust creëren van een potentiële gevaarsituatie in het verkeer kan met andere woorden niet worden gerechtvaardigd door een recht van staken of een recht van verenigen.
Het Hof besloot dan ook dat in deze zaak het stakingsrecht niet was geschonden, te meer omdat de strafrechtelijke veroordeling niet belet dit recht op een normale wijze uit te oefenen.

Cass. 7 januari 2020, P.19.0804.N, www.juridat.be

Anouck Stabel
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen