< Terug naar overzicht

Pesterijen aangeven per e-mail: geen ontslagbescherming!

Wanneer werknemers een verzoek tot formele psychosociale interventie indienen om geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk aan te kaarten, genieten zij van een ontslagbescherming. Deze ontslagbescherming is slechts van toepassing wanneer de werknemer dit verzoek heeft ingediend ‘overeenkomstig de geldende procedures’. Maar wat als een werknemer dit verzoek per e-mail indient? Is dat dan in overeenstemming met de ‘geldende procedures’? Deze wijze van overhandiging staat immers niet expliciet vermeld in de Codex Welzijn. De arbeidsrechtbank van Brussel sprak zich hierover onlangs uit in een vonnis van 2 maart 2021.

Werknemers die het slachtoffer zijn van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk hebben op basis van de Codex Welzijn het recht om een verzoek tot formele psychosociale interventie in te dienen. Dit verzoek kan ingediend worden bij de preventieadviseur psychosociale aspecten (hierna: preventieadviseur) die nadien de werkgever verwittigt van het indienen van het verzoek.
Aan de preventieadviseur wordt dan de mogelijkheid geboden om de feiten te onderzoeken, waarna hij een advies aan de werkgever geeft. Deze kan dan op zijn beurt maatregelen treffen om aan de pesterijen of ander ongewenst gedrag een einde te maken. Een werknemer die een dergelijk verzoek indient, geniet van ontslagbescherming op basis van artikel 32tredecies, §1/1 van de Welzijnswet. Deze ontslagbescherming gaat in vanaf de ontvangstbevestiging van het verzoek door de preventieadviseur of drie dagen na het verzenden van de aangetekende brief. De vraag is echter of deze ontslagbescherming ook geldt indien deze specifieke procedures niet werden nageleefd.

In deze zaak had de ontslagen werknemer twee verzoeken tot formele psychosociale interventie ingediend. Het eerste verzoek werd reeds een jaar voor zijn ontslag per e-mail verstuurd naar een algemeen e-mailadres van de externe preventiedienst en dit na een voorafgaand gesprek met de vertrouwenspersoon. Volgens de werknemer kon dit verzoek rechtsgeldig per e-mail worden verstuurd en genoot hij dus de ontslagbescherming. Het tweede verzoek werd door de betrokken werknemer de dag voor het ontslag per aangetekend schrijven verstuurd - na een voorafgaand persoonlijk onderhoud met de preventieadviseur - maar de preventieadviseur had de werkgever pas na de ontslagdatum ingelicht dat het verzoek was ingediend. De ontslagbescherming ging bovendien pas drie dagen na de ontslagdatum in.

Met betrekking tot het eerste verzoek, oordeelde de arbeidsrechtbank dat de geldende procedures niet werden nageleefd en de werknemer dus niet kon genieten van een ontslagbescherming. Het voorafgaand persoonlijk onderhoud vond immers plaats in het bijzijn van de verkeerde persoon, namelijk de vertrouwenspersoon in plaats van de preventieadviseur.
Daarnaast sprak de arbeidsrechtbank zich ook uit over de wijze van overhandiging. Volgens artikel I.3-15, §2 van de Codex Welzijn kan het verzoek namelijk aan de preventieadviseur bezorgd worden tegen ontvangstbewijs of kan het verstuurd worden per aangetekende brief. Over de draagwijdte van de eerste wijze van kennisgeving was er in deze zaak veel discussie ontstaan. De arbeidsrechtbank maakte hieraan een einde door te oordelen dat dergelijk verzoek niet per e-mail kon worden verstuurd. Bovendien werd volgens de rechtbank zelfs niet aangetoond dat de preventieadviseur het verzoek had ontvangen.

Vermits het tweede verzoek tot formele psychosociale interventie slechts werd bevestigd door de preventieadviseur na de ontslagdatum, kon de betrokken werknemer volgens de arbeidsrechtbank ook niet genieten van een ontslagbescherming in het kader van dit tweede verzoek.

Hoewel we in een tijdperk leven van toenemende digitalisering, blijkt uit dit vonnis dat de procedures in de Codex Welzijn nog strikt en letterlijk moeten worden nageleefd en dat de werknemer het verzoek tot formele psychosociale interventie niet per e-mail kan versturen. Dit verzoek kan enkel persoonlijk overhandigd worden tegen ontvangstbewijs of aangetekend verstuurd worden.
Dit standpunt moet vandaag nog enigszins genuanceerd worden in het kader van de COVID-19-pandemie. De coronacrisis heeft als gevolg dat een verzoek tot formele psychosociale interventie wegens geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag alleen nog per aangetekende brief verstuurd kan worden. De persoonlijke overhandiging is immers momenteel niet mogelijk gelet op de geldende gezondheidsmaatregelen. Wat de overige psychosociale risico’s aangaat, is er wel in een tijdelijke uitzondering voorzien. De indiening van dit verzoek is op dit vlak wel mogelijk per e-mail, mits het document rechtsgeldig ondertekend wordt. De werknemer moet dus goed nadenken over hoe hij een dergelijk verzoek indient als hij van de ontslagbescherming wil genieten.

Arbrb. Brussel 2 maart 2021, AR 20/206/A, onuitg.
Lara De Wilder
Advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen