< Terug naar overzicht

Professionele fouten als reden voor ontslag om dringende reden? Kijk vooraf in eigen boezem!

Wanneer een werknemer een ernstige tekortkoming begaat die elke verdere professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt, kan de werkgever hem ontslaan om dringende reden. Professionele fouten of beroepsfouten kunnen in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komen voor een ontslag om dringende reden, al wordt dit door de arbeidsgerechten steeds concreet beoordeeld en wordt steeds nagegaan of de fouten het gevolg zijn van een (opzettelijk) lichtzinnig handelen van de werknemer. Het hierna besproken arrest van het Arbeidshof van Brussel beoordeelt het ontslag om dringende reden van een werkneemster dat voornamelijk gesteund was op haar professioneel tekortschieten.

De werkneemster werkte op de personeelsdienst van een bedrijf en hield zich in hoofdzaak bezig met het verwerken van dagcontracten. Het hoge aantal werknemers die aan de slag waren via een dagcontract, ongeveer 500, zorgde ervoor dat deze taak een dagelijkse opvolging vereiste. Bij het uitvoeren van deze verwerking had de werkneemster evenwel enkele werknemers laattijdig aangegeven in Dimona, reden waarom zij door de werkgever werd ontslagen om dringende reden.
Naast deze professionele tekortkomingen, verwees de werkgever voor het ontslag om dringende reden ook naar werkpunten uit eerdere evaluaties, alsook naar het schenden van de interne ICT-policy door het versturen van professionele e-mails naar een privé e-mailadres. Volgens de werkgever waren dit verzwarende omstandigheden.

Met betrekking tot de professionele fouten die werden ingeroepen en waarop het ontslag om dringende reden voornamelijk gesteund was, wees het Arbeidshof in feite de werkgever terecht. Het stelde immers vast dat - hoewel de werkneemster slechts deeltijds (4/5) aan het werk was - zij toch werd belast met een opdracht die een dagelijkse opvolging vereist. Nu was het ook effectief zo dat de laattijdige aangiftes waren ingegeven door het feit dat de betrokken werknemers moesten opstarten op de vrije dag van de werkneemster.

Het Arbeidshof was dan ook van oordeel dat het toewijzen van een dagelijkse opvolging aan een werknemer die niet elke dag aanwezig is in de onderneming wijst op een organisatieprobleem. Dat er dan fouten gebeuren, is niet te vermijden. Het hof trad het eerder oordeel van de arbeidsrechtbank bij, in die zin dat er inderdaad sprake was van professionele fouten - wat ook door de werkneemster werd erkend – maar niet van dien aard dat zij elke verdere professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakten. Er was immers geen sprake van opzettelijke nonchalance.

Ook de verzwarende omstandigheden werden niet aanvaard. Het hof hield hierbij rekening met de interne organisatie in de onderneming en de gespannen werkverhouding, die volgens het hof niet enkel aan de werkneemster ten laste kon worden gelegd. Bovendien werd een daadwerkelijke schending van de ICT-policy volgens het arbeidshof niet aangetoond.

Uit dit arrest volgt dat een werkgever er goed aan doet eerst in eigen boezem te kijken, alvorens over te gaan tot ontslag om dringende reden van een werknemer omwille van beroepsfouten. Indien zou blijken dat de beroepsfouten geen gevolg zijn van een lichtzinnig handelen van de werknemer, maar veeleer voortspruiten uit organisatorische tekortkomingen door de werkgever, dan zal het ontslag om dringende reden door de arbeidsgerechten wellicht worden afgewezen. Een werkgever die aldus zelf te lichtzinnig optreedt, riskeert het deksel op de neus te krijgen.

Arbh. Brussel, 17 december 2019, A.R. 2018/AB/861

Kenny Decruyenaere
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen