< Terug naar overzicht

Racistische uitlatingen in privé-chat kunnen dringende reden vormen

Racistische boodschappen in een privé chatconversatie tussen collega’s kunnen leiden tot een ontslag om dringende reden, zo werd geoordeeld in een opmerkelijk arrest van het arbeidshof van Luik van 20 mei 2021. Het bewijs van deze uitlatingen wordt regelmatig geleverd indien de werkgever door de ontvanger van de berichten op de hoogte wordt gebracht.

In deze zaak had een werkneemster via Messenger naar een collega berichten gestuurd met racistische uitspraken over een andere collega (van Martinikaanse afkomst en met een zwarte huidskleur). De geschokte ontvanger van de berichten heeft daarover gesproken met haar leidinggevende en de feiten werden aan de werkgever meegedeeld. De werkneemster die de uitlatingen deed, werd ontslagen om dringende reden.

De werkneemster betwistte haar ontslag, onder meer omwille van het privékarakter van de berichten, die buiten de werkuren werden uitgewisseld via Facebook Messenger en die niet toegankelijk waren voor haar werkgever. Verder beweerde zij dat de berichten met een zekere zin voor humor werden opgesteld.

In eerste aanleg oordeelde de arbeidsrechtbank dat de werkgever zijn beslissing tot ontslag wegens dringende reden niet mocht steunen op de privégesprekken via Messenger wegens een schending van het recht op privéleven. Het arbeidshof van Luik volgde die redenering niet.

Op basis van de wettelijke bepalingen en de rechtspraak van het EHRM, erkent het hof dat hoewel de berichten inderdaad een privékarakter vertoonden, de bescherming die daarvan uitgaat niet absoluut is. De inmenging van de werkgever in het privéleven van de werknemer is niet uitgesloten, mits deze wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en bovendien proportioneel is.

Meer concreet benadrukt het hof dat de werkgever op basis van de Welzijnswet verplicht is om het welzijn van zijn werknemers te waarborgen, wat begint met de eerbiediging van de waardigheid van iedere werknemer en het voorkomen van elke daad van geweld ten aanzien van hen. Dit is een legitiem doel.

Bovendien was er in deze zaak, aldus het hof, geen sprake van een onrechtmatige kennisname noch van een onwettige controle door de werkgever op de privéberichten, aangezien deze door de ontvanger ervan spontaan werden overgemaakt aan de werkgever.

Het hof preciseert verder dat er geen sprake kan zijn van een strikt privégesprek wanneer een werknemer met een collega communiceert over de arbeidsvoorwaarden en relationele omstandigheden op het werk. De kennisneming van de feiten door de werkgever is dan ook evenredig gebleven. Bijgevolg zijn de privéberichten volgens het hof wel toelaatbaar als bewijs.

Wat de grond van de dringende reden betreft, verwijst het hof naar de loyaliteitsplicht tegenover de werkgever en de plicht tot respectvolle benadering van collega’s. De vermeende humoristische toon van de boodschappen werd afgewezen. Het hof benadrukt dat de inhoud van de berichten tegelijk racistisch, hatelijk en vernederend is (waarbij een collega wordt gereduceerd tot aap). Dit is volgens het hof des te ernstiger aangezien de werkneemster die de berichten verstuurde zorgassistent was, een functie die bij uitstek empathie en respect vereist.

Volgens het hof zijn deze feiten, zelfs al had de werkneemster een jarenlange anciënniteit en had zij voordien nooit enige opmerking of waarschuwing ontvangen, van dien aard dat zij elke verdere professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakten. Het ontslag om dringende reden werd dan ook gegrond verklaard.

Arbeidshof Luik, afdeling Namen, 20 mei 2021, 2020/AN/42, onuitg.

Julie Devos
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen