< Terug naar overzicht

Schadevergoeding inhouden op het loon van de werknemer

Opdat de werkgever onder de in artikel 23 Loonbeschermingswet bepaalde voorwaarden een schadevergoeding van het loon van de werknemer mag inhouden, volstaat het niet dat de werknemer er uitdrukkelijk mee instemt dat hij aan zijn werkgever een schadevergoeding verschuldigd is. Er moet tussen hen ook een overeenkomst bestaan over het bedrag van de door de werknemer verschuldigde schadevergoeding en deze overeenkomst mag slechts na de schade verwekkende feiten gesloten zijn.

Na de beƫindiging van haar arbeidsovereenkomst en het presteren van haar opzeggingstermijn, stelde een werkneemster haar werkgever in gebreke om nog verschuldigd loon, de eindejaarspremie en vakantiegeld te betalen. De werkgever was evenwel van mening dat er geen bedragen meer aan de werkneemster verschuldigd waren. De herstelkosten van de ingeleverde GSM, laptop en wagen werden immers afgehouden van haar nettoloon zoals schriftelijk werd overeengekomen met de werkneemster op haar laatste werkdag. De overeenkomst waarnaar de werkgever verwees, bepaalde uitsluitend dat de werkneemster de toestemming gaf om het bedrag voor de herstelling van de ingeleverde GSM en laptop en schade aan de wagen bij inlevering van haar salaris in te houden.

De arbeidsrechtbank benadrukte vooreerst dat er alleen onder de voorwaarden bepaald in het artikel 23 van de Loonbeschermingswet inhoudingen kunnen worden gedaan op het loon. Volgens dat artikel mogen onder meer de vergoedingen en schadeloosstellingen die zijn verschuldigd ter uitvoering van artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet, in mindering worden gebracht op het loon van de werknemer. Het artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet heeft betrekking op de aansprakelijkheid van een werknemer bij het veroorzaken van schade. Meer specifiek bepaalt dit artikel dat de werkgever de vergoedingen en de schadeloosstellingen die krachtens het artikel verschuldigd zijn en die na de feiten met de werknemer zijn overeengekomen of door de rechter zijn vastgesteld op het loon kan inhouden.

De arbeidsrechtbank ging verder dat het hierbij niet volstaat dat de werknemer er uitdrukkelijk mee instemt dat hij aan zijn werkgever een schadevergoeding verschuldigd is. Er moet tussen de werkgever en werknemer ook een overeenkomst bestaan over het bedrag van de door de werknemer verschuldigde schadevergoeding en deze overeenkomst mag slechts na de schade verwekkende feiten gesloten zijn.

De arbeidsrechtbank was bijgevolg van oordeel dat de overeenkomst afgesloten tussen de werkgever en de werkneemster niet volstond. De vorderingen tot betaling van de werkneemster werden dan ook gegrond verklaard.

Dit vonnis herinnert eraan dat een eenvoudige schriftelijke overeenkomst waarin de werknemer zich akkoord verklaart dat een schadevergoeding van zijn loon mag worden afgetrokken zonder vermelding van het werkelijk verschuldigd bedrag niet volstaat. Dit is immers niet gelijk te stellen met de door de wet bedoelde vaststelling van de vergoeding of schadeloosstelling. In dit verband verwijst het vonnis ook uitdrukkelijk naar een arrest van het Arbeidshof van Antwerpen van 14 januari 1980 (Arbh. Antwerpen 14 januari 1980, RW 1993-94, 268).

De problematiek m.b.t. het bewijs van overuren komt eveneens aan bod in dit vonnis. Wie een vordering instelt voor de rechtbank draagt de bewijslast. Dit geldt ook voor een werknemer die meent aanspraak te kunnen maken op loon voor gepresteerde overuren. De arbeidsrechtbank was van oordeel dat de werkneemster het bewijs van overuren niet kon leveren door een eenzijdig opgesteld overzicht en des te minder wanneer zij tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst nooit betaling van overuren heeft geƫist.

Arbrb. Brussel (Nl.) 27 augustus 2019, AR 18/676/A, onuitg.

Sofie Vitse
Advocaat-medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen