< Terug naar overzicht

Schadevergoeding na de afwerving van personeel kent ook zijn grenzen

Alhoewel eisende partij bevestigt dat tussen partijen slechts een mondelinge overeenkomst bestaat, zijn haar algemene voorwaarden waarnaar verwezen wordt op een factuur geldig als deze factuur werd betaald. Indien deze algemene voorwaarden na verloop van tijd wijzigen en een afwervingsbeding bevatten, is ook dat nieuw afwervingsbeding geldig. Het afwervingsbeding kan voorzien in een schadevergoeding bij afwerving, maar deze schadevergoeding mag niet hoger zijn dan de potentieel voorzienbare schade bij het sluiten van de overeenkomst en kan, indien nodig, gematigd worden door de rechter.

Ines Vandevelde, Medewerker, Claeys & Engels

Feiten

De Ondernemingsrechtbank in Gent, afdeling Oudenaarde diende zich recent uit te spreken over een conflict tussen twee ondernemingen. De ene onderneming (eisende onderneming) was gespecialiseerd in het aanbieden van IT-diensten. Ze verkocht allerhande IT-producten en leverde ook bijhorende diensten met betrekking tot informatica. De andere onderneming (verwerende onderneming) was een klant van de eisende onderneming en deed beroep op de eisende onderneming in het kader van consultancy van IT diensten.

Verwerende partij verzocht eisende partij om standpunt in te nemen over de tussen hen bestaande overeenkomst. De eisende partij verklaarde via email dat er uitsluitend een mondelinge overeenkomst tussen beide partijen werd aangegaan in 2018.

Eind 2020 werd door verwerende onderneming een medewerker van de eisende onderneming in dienst genomen.

De eisende onderneming vorderde daarop, overeenkomstig haar algemene voorwaarden, een schadevergoeding omwille van verboden afwerving. De gevorderde schadevergoeding bedroeg een brutojaarloon van de afgeworven werknemer, zijnde 49.020,00 EUR. De verwerende onderneming betwistte zowel de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden als de afwerving. Ook de omvang van de schadevergoeding werd betwist door de verwerende onderneming. De verwerende onderneming was immers van oordeel dat de gevorderde schadevergoeding minstens uitermate excessief was en vroeg een herziening.

Beslissing van de rechtbank

Alhoewel eisende partij in mailverkeer bevestigde dat tussen partijen slechts een mondelinge overeenkomst bestaat, volgde de rechtbank het standpunt van eiseres, dat de algemene voorwaarden van eiseres waarnaar verwezen wordt op een factuur geldig zijn, als deze factuur werd betaald. De rechtbank oordeelde dat het feit dat eiseres beweerde dat er enkel sprake was van een mondelinge overeenkomst niet impliceerde dat er geen sprake was van algemene voorwaarden die de relatie tussen partijen beheerste. Indien deze algemene voorwaarden na verloop van tijd wijzigen en een afwervingsbeding bevatten, is ook dat nieuw afwervingsbeding geldig aangezien verweerster de mogelijkheid had om kennis te nemen van de nieuwe voorwaarden.

Wat de afwerving betreft, was de rechtbank van oordeel dat er geen bewijs moest zijn van daadwerkelijke afwerving aangezien eiseres niet op de hoogte kan zijn van de omstandigheden voorafgaand aan de aanwerving.

Wat betreft de hoogte van de schadevergoeding, volgde de rechter wel het standpunt van de verwerende onderneming en was zij van oordeel dat de schadevergoeding, begroot op één maal het brutojaarloon van de werknemer, inderdaad buitensporig was. Zij stelde dat er rekening moest worden gehouden met de gemaakte kosten (prospectie, screening, selectie) en de gederfde winsten die de eisende partij lijdt.

De rechtbank oordeelde evenwel dat een schadevergoeding gelijk aan het volledige brutojaarloon dat aan de werknemer moest betaald worden, kennelijk het bedrag overschrijdt dat partijen bij de totstandkoming van de overeenkomst konden vaststellen, om de schade te vergoeden die eiseres zou lijden bij de afwerving van een werknemer. Immers, diende de eisende onderneming door de afwerving het brutoloon niet meer te betalen aan de werknemer en kon er ook geen rekening meer gehouden worden met kosten die gepaard gingen met de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Er diende volgens de rechtbank ook rekening te worden gehouden met het feit dat een werknemer ook steeds zelf de keuze kan maken zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen.

Rekening houdende met bovenstaande, besloot de rechtbank om de potentiële schade die voorzienbaar was op het ogenblik van de contractsluiting, te ramen op een bedrag van 10.000 EUR in plaats van op 49.020,00 EUR.

De eisende partij kondigde reeds beroep aan tegen deze beslissing.

Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Oudenaarde, 26 april 2022, A/21/00317 onuitgegeven

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen