< Terug naar overzicht

Thuiswerk coronatijden: fiscale impact beperkt door aanpassing dubbelbelastingverdragen

Een van de belangrijkste gevolgen van de coronapandemie is dat thuiswerk plots de regel werd. Gezien de heffingsbevoegdheid in een internationale context intrinsiek verstrengeld is met de plaats waar men fysiek prestaties levert, rees al snel de bezorgdheid dat het thuiswerk een aanzienlijke fiscale impact zou hebben voor werknemers die normaal gezien internationaal actief zijn. België heeft met Duitsland, Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg en Nederland protocollen bij de bestaande dubbelbelastingverdragen afgesloten om deze impact te neutraliseren in een aantal scenario’s.

Ter herinnering: in de mate er een dubbelbelastingverdrag is afgesloten tussen de betrokken staten, geldt in een internationale context als algemene regel dat de bezoldigingen van werknemers belastbaar zijn in de staat waar de arbeidsprestaties fysiek worden geleverd (‘werkstaat’). Hierop bestaat echter een bijzonder belangrijke uitzondering, die zelfs als algemene regel beschouwd kan worden, met name de zogenaamde ‘183-dagen’ regel.

Deze 183-dagen regel stelt dat de bezoldigingen alsnog belastbaar zijn in de staat waarvan de werknemer fiscaal rijksinwoner (‘woonstaat’) is indien cumulatief voldaan is aan volgende drie voorwaarden (de exacte formulering van deze voorwaarden varieert van dubbelbelastingverdrag tot dubbelbelastingverdrag):

  • de werknemer verblijft niet meer dan 183 dagen per kalenderjaar/glijdende periode van 12 maanden in de werkstaat
  • de bezoldigingen worden niet betaald door of namens een werkgever die inwoner is van de werkstaat
  • de bezoldigingen worden niet gedragen door een vaste inrichting van de werkgever in de werkstaat.

Indien niet cumulatief voldaan is aan deze voorwaarden, is de werknemer vanaf dag 1 belastbaar in de werkstaat. In voorkomend geval wordt de heffingsbevoegdheid over de bezoldigingen opgesplitst pro rata het aantal werkdagen in de woonstaat/werkstaat. Het thuiswerk ten gevolge van de coronapandemie zou dus een impact hebben op deze verhouding, omdat elke werkdag in de woonstaat in principe belastbaar is in de woonstaat, zelfs indien deze werkdag in principe in een andere staat gepresteerd had moeten worden.

België heeft met Duitsland, Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg en Nederland echter protocollen afgesloten bij de dubbelbelastingverdragen waarin voor de periode vanaf 11 maart 2020 (voor Frankrijk vanaf 14 maart) tot initieel 31 mei 2020 (ondertussen al verlengd tot en met 31 december 2020) een ‘fictiebepaling’ wordt toegevoegd aan de dubbelbelastingverdragen.

Deze fictie bepaalt dat thuiswerkdagen gelijkgesteld worden met buitenlandse werkdagen in de mate de thuiswerkdagen als enige reden de door de overheid opgelegde coronamaatregelen hebben. Met andere woorden, in de mate dat men normaal gezien in het buitenland gewerkt zou hebben, maar dit niet mogelijk was enkel en alleen omwille van de door de overheid opgelegde coronamaatregelen, dan kunnen deze thuiswerkdagen alsnog worden beschouwd als buitenlandse werkdagen. Het staat de belastingplichtige namelijk vrij om al dan niet een beroep te doen op deze fictiebepaling.

De werknemer moet, als hij/zij gebruik wenst te maken van deze fictiebepaling, rekening houden met twee zaken die werden toegelicht en uitgewerkt in een circulaire van 17 juni 2020 (2020/C/81). Enerzijds moet aangetoond worden dat de ‘fictieve’ buitenlandse werkdagen effectief in het buitenland werden belast. Anderzijds moet de werknemer over een attest van de werkgever beschikken, waarin volgende bepalingen zijn opgenomen:

  • alle noodzakelijke gegevens voor de volledige identificatie van de werknemer (naam, voornaam, adres, geboortedatum)
  • de aard van de functie uitgeoefend door de werknemer
  • het overzicht van het aantal thuiswerkdagen enkel en alleen omwille de maatregelen ter bestrijding van COVID-19
  • indien van toepassing, het overzicht van het aantal thuiswerkdagen zoals voorzien in de arbeidsovereenkomst
  • het overzicht van eventuele ziektedagen, verlof- en/of recuperatiedagen
  • de verklaring op erewoord dat het attest waar en oprecht is
  • datum en handtekening van de werkgever, alsook de medeondertekening van de werknemer.

Deze fictie tempert in vele gevallen de fiscale gevolgen van het thuiswerk omwille van de door de overheid opgelegde coronamaatregelen.

Volledigheidshalve wordt nog meegegeven dat uit contacten met de fiscale administratie blijkt dat de fictiebepaling in principe niet toegepast kan worden door personen met het statuut van buitenlands kaderlid in de zin van de circulaire van 8 augustus 1983. Dit werd ook zo bevestigd in bovengenoemde circulaire, aangezien buitenlandse kaderleden in principe geen beroep kunnen doen op de dubbelbelastingverdragen.

Jan Lein
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen