< Terug naar overzicht

To time or not to time?

Het ophefmakend arrest van het Hof van Justitie van 14 mei 2019( 1) over tijdsregistratie kent intussen zijn eerste toepassingen in de Belgische rechtspraak. Terwijl het Arbeidshof van Brussel op 22 mei 2020 (2) oordeelde dat er op de werkgever een verplichting rust om een systeem van tijdsregistratie op te zetten, stelde de Arbeidsrechtbank van Brussel (3) op 17 september 2020 dat de werkgever geen fout begaat door niet te beschikken over dergelijk systeem.

In een arrest van 14 mei 2019 oordeelde het Hof van Justitie dat ingevolge de Arbeidstijdenrichtlijn en het Handvest de lidstaten aan werkgevers de verplichting moeten opleggen om een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem op te zetten waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd. Veel auteurs waren het er (ongenuanceerd) over eens: de prikklok was terug.

Het was dan ook afwachten hoe onze rechtspraak (en onze wetgever) met dit toch wel baanbrekend arrest zou omgaan, gezien er in België geen algemene verplichting bestaat om de arbeidstijd van elke werknemer te registreren.

Arbeidshof van Brussel (22 mei 2020) versus Arbeidsrechtbank van Brussel (17 september 2020)

Het Arbeidshof van Brussel mocht – in een geschil over de betaling van loon voor 34 overuren – als eerste een uitspraak doen over deze problematiek. Tijdens de procedure nodigde het Arbeidshof zowel de werkneemster als de werkgever uit om standpunt in te nemen over o.a. de vraag of er op de werkgever de verplichting rust om een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem op te zetten waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd en wat het gevolg zou zijn, mocht dit systeem niet zijn ingesteld. Terwijl de werkneemster hierover een standpunt innam, liet de werkgever na zijn standpunt aan het Arbeidshof mee te delen.

In navolging van het arrest van het Hof van Justitie, was het Arbeidshof van Brussel van oordeel dat er op de werkgever een verplichting rust om een systeem van tijdsregistratie op poten te zetten en dat bij gebrek aan dergelijk systeem de bewijslast moet worden omgekeerd. Het is dan aan de werkgever – en niet aan de werknemer – om aan te tonen welke arbeidsuren werden gepresteerd. Aangezien de betrokken werkgever geen bewijs leverde, verklaarde het Arbeidshof de vordering van de werkneemster gegrond.

Zomaar uit dit arrest afleiden dat de prikklok terug is, zou voorbarig zijn. De vraag is immers hoe het Arbeidshof zou geoordeeld hebben, mocht de werkgever wel een standpunt hebben ingenomen en zijn medewerking hebben verleend aan de bewijslevering.

De tweede rechtsinstantie die zich mocht uitspreken over het al dan niet verplicht opzetten van een systeem van tijdsregistratie, was de Arbeidsrechtbank van Brussel. Opnieuw ging het over de betaling van loon voor overuren.

In deze zaak argumenteerde de werkneemster dat de werkgever een fout had begaan door het niet beschikken over een systeem van tijdsregistratie van zijn werknemers, verwijzende naar het arrest van het Hof van Justitie.

In haar vonnis van 17 september 2020 oordeelde de Arbeidsrechtbank dat de werkgever niet verplicht kan worden om een verdergaand systeem van tijdsregistratie op te zetten dan hetgeen wordt voorzien in de wetgeving. Het is – volgens de Arbeidsrechtbank – eerst aan de Belgische staat om tegemoet te komen aan deze lacune in de wetgeving en dus de rechtspraak van het Hof van Justitie om te zetten in wetgeving. Richtlijnen (en hun interpretatie) moeten nog in de nationale rechtsorde omgezet worden en kunnen in principe niet rechtstreeks worden ingeroepen tegen een particulier. Het Arbeidshof van Brussel lijkt in zijn arrest van 22 mei 2020 daaraan voorbij te gaan.

Conclusie

Het is vol spanning afwachten of en hoe de Belgische wetgever zal ingrijpen teneinde tegemoet te komen aan deze lacune in de wetgeving. Wat vaststaat is dat het niet de taak is van de rechtspraak om dergelijke verplichting in het leven te roepen.

Geraldine Dierinck
Medewerker
Claeys & Engels

[1] HvJ 14 mei 2019, arrest C-55/18, Federación de Servicios de Comisiones Obreras (CCOO)/Deutsche Bank SAE, curia.europa.eu. [2] Arbh. Brussel 22 mei 2020, AR 2018/AB/424. [3] Arbrb. Brussel (FR) 17 september 2020, AR 15/10048/A.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen