< Terug naar overzicht

Toepasselijke sociale zekerheid in Europa: Hof van Justitie verduidelijkt spelregels

In een Europese context (Europese Economische Ruimte of EER en Zwitserland) (*) geldt als basisprincipe dat een persoon slechts aan de sociale zekerheid van één lidstaat onderworpen is. Voor werknemers en zelfstandigen is dat in principe de werkstaat. Bij grensoverschrijdende situaties is het echter vaak onmogelijk om één werkstaat aan te duiden (bijvoorbeeld omdat men tegelijkertijd in verschillende landen werkt of tijdelijk in een ander land werkt). Welke lidstaat is dan bevoegd voor de sociale zekerheid?

Het toepasselijke sociale-zekerheidsrecht bepaalt niet enkel van welke dekking tegen sociale risico’s (werkloosheid, ziekte, ouderdom, ...) een persoon kan genieten, maar ook welke financiering daar tegenover staat (de sociale-zekerheidsbijdragen) en wie die moet betalen. De sociale zekerheid is in Europa niet geharmoniseerd, wat betekent dat de dekking en de sociale-zekerheidsbijdragen in elk land inhoudelijk verschillen.

Bij het aanvatten van een internationale tewerkstelling is het dus essentieel om vooraf juist in te schatten onder welk sociale-zekerheidsregime iemand valt. Daartoe werd de sociale zekerheid in Europa ‘gecoördineerd’, wat onder meer betekent dat er vaste regels bestaan die bepalen welke lidstaat bevoegd is voor de sociale zekerheid.

‘Gelijktijdige tewerkstelling’

Welnu, één van de meest voorkomende gevallen van internationale tewerkstelling betreft de ‘gelijktijdige tewerkstelling’, waarbij iemand structureel werkt in lidstaat A en lidstaat B (of zelfs in meer dan twee lidstaten). Ook deze situatie wordt beoogd door de coördinatieregels, die er dus toe leiden dat één en slechts één lidstaat bevoegd wordt verklaard. Het zou ons te ver leiden om alle regels en de uitzonderingen daarop in detail toe te lichten, maar een basisprincipe is alvast dat een activiteit als werknemer ‘voorrang’ heeft op een activiteit als zelfstandige bij het bepalen van de bevoegde lidstaat.

Met andere woorden: indien iemand werkt als werknemer in lidstaat A en als zelfstandige in lidstaat B, dan zal die persoon in principe verplicht onder de sociale zekerheid van lidstaat A vallen (te weten het land waar hij als werknemer in loondienst wordt tewerkgesteld). Ook de activiteit als zelfstandige zal in dat geval onderworpen zijn aan de sociale zekerheid van lidstaat A, ook al wordt ze fysiek uitgeoefend in lidstaat B.

‘Marginale activiteiten’

Tegelijkertijd wordt bepaald dat ‘marginale activiteiten’ in een lidstaat niet meetellen voor de bepaling van de bevoegde lidstaat. In die zin worden prestaties in een lidstaat die niet minstens 5 procent van de volledige arbeidstijd en/of de verloning van een persoon uitmaken, niet in aanmerking genomen bij die vaststelling. Zo staat sinds lang vast dat als een persoon werknemer is in lidstaat A, waar hij 98 procent van zijn tijd werkt en daarnaast ook zeer occasioneel in lidstaat B werkt ten belope van 2 procent van zijn arbeidstijd, lidstaat A hoe dan ook bevoegd zal zijn voor zijn sociale zekerheid.

Het Hof van Justitie heeft nu verduidelijkt dat deze uitsluiting van ‘marginale activiteiten’ ook geldt voor gevallen waar iemand werkt als zelfstandige in lidstaat A en als werknemer in lidstaat B. In het concrete geval dat aanleiding gaf tot het geschil was een Slowaakse onderdaan werkzaam als zelfstandige in Polen voor het gros van zijn tijd, terwijl hij daarnaast zeer beperkte prestaties verrichtte als werknemer in Slowakije, die de grens van 5 procent van de totale arbeidstijd/verloning niet bereikten. Terwijl de Slowaakse rechtbank blijkbaar van mening was dat ook in dat geval de werknemersactiviteit voorrang zou moeten hebben op de zelfstandige activiteit, oordeelde het Hof van Justitie dat die lezing niet juist is.

Wat klopt dan wel: indien een activiteit als werknemer de grens van 5 procent niet bereikt en dus marginaal is, mag daarmee geen rekening worden gehouden voor de bepaling van de bevoegde lidstaat. Enkel de lidstaat waar de persoon werkt als zelfstandige, zal in dat geval bevoegd zijn voor diens sociale zekerheid.

(*) EER staat voor de Europese Economische Ruimte. Daartoe behoren alle 28 lidstaten van de Europese Unie, aangevuld met Liechtenstein, IJsland en Noorwegen.

Hof van Justitie van de Europese Unie, 13 juli 2017, C-89/16 (Szoja)

Auteur: Martijn Baert (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen