< Terug naar overzicht

Vaststelling van medische overmacht: kan een werknemer een schadevergoeding eisen wanneer de beëindiging uitblijft?

De arbeidsrechtbank van Luik, afdeling Namen oordeelde op 23 februari 2021 over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst wegens medische redenen. De betrokken werkneemster eiste een schadevergoeding voor loonverlies, omdat zij meende dat haar werkgever te lang had getalmd met de oproeping voor de arbeidsarts en met het effectief vaststellen van de medische overmacht.

De werkneemster in kwestie was begin 2017 in dienst getreden als directrice van een middelbare school in het kader van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Zij werd tijdens haar tewerkstelling arbeidsongeschikt. In april 2018 stelde de adviserend arts van haar mutualiteit echter vast dat ze niet langer volledig arbeidsongeschikt was. Hij meende evenwel dat het voor haar onmogelijk was om haar functie als directrice terug op te nemen. Door deze beslissing verloor de werkneemster haar recht op uitkeringen van de mutualiteit.

Het re-integratietraject werd opgestart en in juni 2018 werd de werkneemster onderzocht door de arbeidsarts. Die stelde inderdaad vast dat ze definitief ongeschikt was voor het overeengekomen werk en geen ander of aangepast werk kon verrichten. Een maand later stelde de werkgever de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht vast.

De werkneemster kon zich echter niet vinden in deze gang van zaken. Ze verweet de werkgever een maand te hebben gewacht om haar bij de arbeidsarts op te roepen en opnieuw een maand te hebben gewacht na diens beslissing om effectief over te gaan tot de vaststelling van de medische overmacht. Volgens haar maakte ze hierdoor aanspraak op een schadevergoeding en meer bepaald het loon voor de periode tussen het tijdstip waarop ze de uitkeringen van de mutualiteit had verloren en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

De arbeidsrechtbank volgde haar daar echter niet in en oordeelde dat geen enkele vergoeding verschuldigd was. Ze stelde dat er in dergelijke gevallen geen fout aan de werkgever kan verweten worden. De rechtbank baseerde haar beslissing op de eigen actiemogelijkheden van de werknemer tijdens een re-integratietraject.

De rechtbank wees er bijvoorbeeld op dat de werkneemster de mogelijkheid had om zelf het re-integratietraject op te starten om zo sneller onderzocht te kunnen worden door de arbeidsarts. Bovendien herinnerde ze eraan dat de wet de kans biedt aan een werknemer om zelf de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht vast te stellen. Beide mogelijkheden boden de werkneemster de kans om zelf de stappen te zetten waarvan zij haar werkgever de laattijdigheid verweet. De pot verwijt dus de ketel dat hij zwart ziet… Daarom meende de arbeidsrechtbank dat in een dergelijk geval geen fout in hoofde van de werkgever kon worden vastgesteld.

De rechtbank herinnerde er bovendien aan dat het de werknemer is die de bewijslast draagt voor de fouten van de werkgever die hem schade zouden hebben berokkend. Concreet dient een werknemer die beweert dat de vaststelling van de medische overmacht laattijdig is, te bewijzen wanneer de werkgever kennis heeft genomen van de beslissing van de arbeidsarts. Lukt dit niet, dan kan onmogelijk een inschatting worden gemaakt van hoe lang de werkgever effectief over de vaststelling heeft gedaan.

Samengevat toont deze uitspraak aan dat een werkgever zich niet meteen blootstelt aan het risico op een bijkomende schadevergoeding wanneer hij nalaat om snel de beëindiging van een arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht vast te stellen na de beslissing van de arbeidsarts. Het spreekt uiteraard voor zich dat het snel beëindigen van de arbeidsovereenkomst in dergelijke gevallen wenselijk blijft. Wanneer een werknemer echter meent dat een werkgever hier te lang over doet, kan hij niet blijven stilzitten in een poging om nadien een schadevergoeding op te strijken. De wet biedt hem de mogelijkheid om zelf de beëindiging wegens overmacht vast te stellen en het is dan aan hem om effectief van deze mogelijkheid gebruik te maken.

Arbeidsrechtbank Luik, afdeling Namen 23 februari 2021, AR nr. 19/431/A, onuitg.

François Gavel
Advocaat – Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen