< Terug naar overzicht

Voordelen in natura: wanneer is er ‘persoonlijk gebruik’ in hoofde van de werknemer?

Heel wat werkgevers stellen tools zoals een laptop, gsm of tablet kosteloos ter beschikking van hun werknemers. In principe zijn geen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd op het voordeel van het louter professioneel gebruik van deze toestellen. Anders is het wanneer de werknemer deze toestellen ook voor persoonlijke doeleinden gebruikt. Hier rijst de vraag hoe de rechtspraak het begrip ‘persoonlijk gebruik’ interpreteert.

De rechtspraak is nogal snel van oordeel dat sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. Een arrest van het Arbeidshof Antwerpen, in navolging van een arrest van het Hof van Cassatie van 8 december 2014, illustreert deze ruime interpretatie.

Dit arrest handelde over het al dan niet toegestane privégebruik van een laptop. De toepasselijke policy bepaalde dat het privégebruik zich tot een minimum moet beperken en dat het versturen van berichten in functie van privégebruik enkel occasioneel mag gebeuren. De werkgever minimaliseerde dit beweerde privégebruik door te stellen dat bepaalde werknemers de laptop nooit meenemen naar huis, altijd achterlaten in de kast op het werk en deze nooit voor persoonlijke doeleinden gebruiken. Bovendien argumenteerde de werkgever dat de laptop gebruiksonvriendelijk is, daar het gebruik beperkt moet blijven en deze onvoldoende met software is uitgerust om een normaal privégebruik mogelijk te maken. Dit werd bovendien gestaafd met getuigenissen van personeelsleden, die aantoonden dat er in realiteit eigenlijk geen sprake was van een gebruik van de laptops voor private doeleinden.

Het Hof heeft deze aanbreng niet gevolgd. Het oordeelde namelijk dat bij de beoordeling enkel gekeken moet worden naar wat de werkgever doet, niet naar wat de werknemer doet. Met andere woorden, het loutere feit dat een werkgever zijn werknemers de mogelijkheid biedt om de laptop voor privédoeleinden, hoe beperkt ook, te gebruiken, is voldoende om de kwalificatie van voordeel in natura te weerhouden en om dit voordeel tegen de forfaitaire RSZ-waarde aan te rekenen. Daarbij is het dus zonder belang of de werknemer al dan niet effectief gebruik maakt van het hem aangeboden voordeel of dat de werkgever het voordeel niet ‘voluit’ verschaft.

Recent heeft het Arbeidshof van Brussel hierover een ietwat soepeler standpunt ingenomen.
Net zoals in bovenvermelde zaak, werd in deze zaak het privégebruik beperkt toegestaan in de policy en het arbeidsreglement. Sporadisch privégebruik en het uitzonderlijk gebruik van e-mail voor privédoeleinden was toegelaten, doch in elk geval verboden voor amusement en ontspanning (zoals muziek beluisteren, chatten, grappen via e-mail). Het bezoek van een aantal sites was echter onmogelijk of in ieder geval niet toegelaten (met mogelijke controle). Voorts mochten er op de laptop geen privé-bestanden bewaard worden.
Hoewel aangenomen kan worden dat het privaat gebruik in deze laatste zaak ietwat beperkter toegelaten was dan in de eerst vermelde zaak, lijkt het Arbeidshof van Brussel ter zake een iets milder standpunt in te nemen.
Dit blijkt met name uit het feit dat het Hof oordeelde dat het voordeel in natura van een laptop, waarvan de werkgever het privaat gebruik toestaat, er in essentie uit bestaat dat de werknemer zich de kosten van de aanschaf van een privélaptop kan besparen omdat, wanneer hij thuis is, hij al zijn privé-activiteiten ook via de laptop van zijn werk kan uitoefenen. Is dit niet het geval, dan is de werknemer sowieso verplicht een eigen laptop te hebben en haalt hij uit de beschikking over de laptop op zich geen enkel voordeel.
Het lijkt evenwel voorbarig om aan te nemen dat dit laatste arrest voor een ommekeer zal zorgen. Het is dus nog steeds aangewezen voorzichtig te zijn, een zo strikt mogelijk beleid neer te schrijven - waaruit de werkelijke intentie van de werkgever inzake het al dan niet toegestane privaat gebruik van kosteloos ter beschikking gestelde toestellen blijkt - en dit vervolgens correct na te leven, te controleren en te sanctioneren. De RSZ houdt de tools die u ter beschikking stelt immers nog steeds goed in de gaten.

Arbh. Antwerpen (afd. Antwerpen) 14 oktober 2016, AR 2016/1362, onuitg. en Arbh. Brussel 9 juli 2019, RW 2019-2020/22, p. 865-866.

Camille Verplaetse
Advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen