< Terug naar overzicht

Voorzichtigheid geboden bij ontslag personeelsafgevaardigde om economische of technische reden

Een werkneemster, met de functie Car & Travel Administrator Europe, werd bij de sociale verkiezingen van 2012 verkozen als personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad. In 2015 werd tijdens een vergadering van de ondernemingsraad een herschikking van het wagenparkbeheer aangekondigd, wat zou resulteren in de vermindering met één interne functie, namelijk die van Car & Travel Administrator Europe. Wat gebeurde er daarna?

Overeenkomstig de Bijzondere Ontslagregelingswet van 19 maart 1991 kunnen personeelsafgevaardigden slechts ontslagen worden om een dringende reden die vooraf door de arbeidsgerechten werd aanvaard, of om redenen van economische of technische aard die vooraf door het paritair comité werden erkend. Het paritair comité beschikt dan over een termijn van twee maanden om een uitspraak te doen over het bestaan van economische en technische redenen.

Er kunnen zich vervolgens drie situaties voordoen: (i) het paritair comité aanvaardt de redenen, (ii) het paritair comité verwerpt de redenen, (iii) het paritair comité komt niet tot een unanieme beslissing binnen de twee maanden. In dat laatste geval mag de werkgever pas tot ontslag van een personeelsafgevaardigde overgaan bij sluiting van onderneming of van een afdeling ervan, of wanneer de werkgever een welbepaalde personeelscategorie ontslaat die vooraf wordt erkend door de arbeidsrechtbank. Indien het een sluiting van onderneming of een afdeling van een onderneming betreft, heeft de werkgever de keuze tussen hetzij het aanhangig maken van de zaak bij het arbeidsgerecht om de economische of technische reden te laten erkennen, hetzij de beschermde werknemer te ontslaan zonder deze ontslag te laten erkennen. In het geval van ontslag van een welbepaalde personeelscategorie beschikt de werkgever niet over een dergelijke keuze en moet hij de zaak aanhangig te maken bij de arbeidsrechtbank.

In dit geval vroeg de werkgever bij het paritair comité de erkenning aan van een economische of technische reden, die uitgelegd werd als de sluiting van de afdeling Car Fleet France & Benelux, om zo de ontslagbescherming van de betrokken werkneemster op te heffen. Het paritair comité nam echter geen tijdige beslissing over de erkenning van de economische of technische reden, waarna de werkgever de arbeidsovereenkomst van de werkneemster met onmiddellijke ingang beëindigde.
Nadat de werkgever de aanvraag tot re-integratie van de werkneemster had afgewezen, vorderde de zij van de arbeidsrechtbank een beschermingsvergoeding als effectief lid van de ondernemingsraad.
De eerste rechter wees deze vorderingen af, omdat een afdeling van de onderneming gesloten werd. De werkneemster tekende hoger beroep aan en hernam haar oorspronkelijke vordering.

Beslissing Arbeidshof Brussel

Het Arbeidshof van Brussel stelde dat het aan de werkgever was om de sluiting van een afdeling te bewijzen. Het volgde de eerste rechter dat een afdeling ook kon bestaan uit één personeelslid, maar meende anders dan de eerste rechter dat de werkgever niet bewees dat er binnen de onderneming ook een afzonderlijke afdeling Car Fleet France & Benelux kon worden onderscheiden. Het is echter van belang de te volgen procedure van de sluiting van een afdeling enerzijds en het ontslag van een welbepaalde personeelscategorie anderzijds van mekaar te onderscheiden, gezien voorafgaand aan het ontslag van de werknemers van een welbepaalde personeelscategorie een procedure bij de arbeidsgerechten moet gevolgd worden.
De rechtspraak van het Arbeidshof omschrijft het begrip ‘afdeling’ als een onderdeel van de onderneming dat (i) voldoende onderscheiden is van de rest van de onderneming, (ii) een zekere samenhang vertoont en zich onderscheidt van de rest van de onderneming door technische autonomie en (iii) een eigen specifieke activiteit en eigen personeel heeft.

Omdat de directie de opdracht van de werkneemster steeds als een functie had beschouwd en niet als een onderscheiden afdeling en de werkgever het bestaan van een afzonderlijke afdeling niet kon bewijzen, oordeelde het Arbeidshof dat de onderneming voorafgaand aan het ontslag de specifieke ontslagprocedure voor het ontslag van werknemers van een welbepaalde personeelscategorie had moeten volgen. Aan de werkneemster werd dan ook de gevorderde beschermingsvergoeding toegekend.

Deze uitspraak herinnert eraan dat de werkgever waakzaam moet blijven en de sluiting van een afdeling van de onderneming goed moet onderscheiden van het ontslag van een bepaalde personeelscategorie. Immers, in dit laatste geval kan de werkgever niet overgaan tot het ontslag van een personeelsafgevaardigde wanneer het paritair comité niet tijdig een beslissing neemt, maar moet hij het arbeidsgerecht voorafgaand aan het ontslag om erkenning van de reden verzoeken.

Arbh. Brussel 5 november 2019, AR 2018/AB/400

Renée Vandekendelaere
Advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen