< Terug naar overzicht

Wegblokkades: Hof van Cassatie verduidelijkt grenzen van het stakingsrecht

In een recent arrest heeft het Hof van Cassatie bevestigd dat het stakingsrecht niet absoluut is en stakers bijgevolg wel degelijk strafrechtelijk veroordeeld kunnen worden als zij de openbare weg belemmeren. Dit is niet alleen het geval wanneer de stakers de barricade zelf gebouwd hebben maar ook wanneer zij de wegblokkade louter mee in stand houden.

Lauren Daniels, Advocaat, Claeys & Engels

Tijdens een staking in oktober 2015 werd de E40 in Cheratte (Luik) urenlang geblokkeerd door een actie met ongeveer 300 manifestanten. Meer bepaald werd de autostrade versperd door signalisatieborden, banden en houtpaletten, zodat het verkeer op geen enkele manier meer kon passeren. Bovendien werd er brand gesticht, waardoor zich rook vormde en het zicht op de snelweg aanzienlijk belemmerd werd. De actie leidde tot beschadiging van het viaduct en tot een file van ongeveer 400 kilometer waarin onder meer chirurgen vastzaten die hierdoor te laat arriveerden voor levensnoodzakelijke operaties. De file duurde vijf uur en kon pas worden opgelost toen de vakbondsbetogers vertrokken waren.

Als gevolg van deze actie werden zeventien vakbondsmilitanten strafrechtelijk vervolgd. Geen van hen had de barricade eigenhandig helpen opbouwen, maar zij hadden wel allen urenlang deel uitgemaakt van het piket.

Op 19 oktober 2021 veroordeelde het hof van beroep van Luik de militanten voor het misdrijf van “kwaadwillige belemmering van het verkeer” dat strafbaar gesteld wordt door artikel 406 van het Strafwetboek. Ze kregen daarbij bovendien zwaardere straffen opgelegd dan hun leden. De vakbondsmilitanten waren van mening dat deze veroordeling een schending uitmaakte van hun stakingsrecht en vochten het arrest van het hof van beroep dan ook aan voor het Hof van Cassatie.

De vakbondsmilitanten argumenteerden ten eerste dat zij pas ter plaatse waren gekomen op het moment dat de barricades volledig opgebouwd waren, waardoor het misdrijf op dat moment al voltrokken was en zijzelf niet meer strafbaar gesteld konden worden. Het Hof van Cassatie volgt deze redenering echter niet en benadrukt in haar arrest dat het misdrijf van kwaadwillige belemmering van het verkeer niet enkel bestaat in de constructie van de wegbarrière zelf, maar ook (en vooral) in het in stand houden van de blokkade die de constructie veroorzaakt.

Daarnaast haalden de vakbondsmilitanten aan dat hun veroordeling in strijd was met het recht op vrije meningsuiting en de vrijheid van vereniging, zoals gewaarborgd door artikelen 10 en 11 EVRM. Concreet stelden zij dat hun veroordeling niet noodzakelijk was voor de bescherming van de openbare veiligheid en bovendien disproportioneel was, gelet op hun belang om hun syndicale eisen te doen gelden op een manier naar keuze en gelet op het feit dat zij de barricade niet eens zelf hadden opgebouwd. De militanten werden evenwel niet in hun redenering gevolgd door het Hof van Cassatie. Uit de feiten bleek immers dat de betrokken vakbondsmilitanten niet louter poolshoogte waren komen nemen van de situatie, maar dat zij de betogende vakbondsleden wel degelijk urenlang solidair ondersteund hadden. Volgens het Hof van Cassatie heeft het Luikse hof van beroep dan ook terecht besloten dat de veroordeling van de militanten geen onevenredige inbreuk uitmaakte op hun stakingsrecht.

Verder ziet het Hof van Cassatie er geen graten in dat de vakbondsmilitanten zwaardere straffen hadden opgelegd gekregen dan de gewone leden van de vakbond. Het hof van beroep van Luik had deze strafverzwaring immers niet gebaseerd op de vakbondsfunctie als zodanig, maar wel op het gezag dat met deze functie gepaard gaat en waarmee zij de stakers hadden kunnen doen gehoorzamen (hetgeen de militanten niet gedaan hadden).

Ten slotte vermeldt het Hof van Cassatie nog dat het stakingsrecht vervat in artikel 6.4 van het (herziene) Europees Sociaal Handvest onvoldoende nauwkeurig verwoord is, waardoor stakers dit artikel niet kunnen inroepen voor een rechtbank.

Dit principe-arrest brengt de nodige duidelijkheid over de te respecteren grenzen bij syndicale acties en ligt in dezelfde lijn als de eerdere cassatierechtspraak van 7 januari 2020. In dat eerdere arrest (over een wegblokkade in de Antwerpse haven) oordeelde het Hof van Cassatie namelijk eveneens dat de veiligheid van burgers niet zomaar opzij kan worden geschoven door het stakingsrecht. Met haar nieuw arrest van 23 maart 2022 vaart het Hof van Cassatie dan ook op korte tijd dezelfde koers. Deze duidelijkheid is welgekomen vermits het stakingsrecht in België tot op vandaag nog steeds niet wettelijk gereglementeerd is en geregeld tot juridische discussies leidt…

Cass. 23 maart 2022, P.21.1500.F, www.juportal.be

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen