Advertisement
< Terug naar overzicht

Werkneemster met deeltijds ouderschapsverlof ontslaan? Hou rekening met het hypothetische voltijdse loon.

Werknemers die tijdskrediet opnemen om voor de kinderen te zorgen, zijn in de praktijk meestal vrouwen. Als de opzeggingsvergoeding en de eventuele beschermingsvergoeding bij ontslag van een werknemer die van dit soort tijdskrediet geniet, berekend worden op het deeltijdse loon kan dit een indirecte discriminatie vormen.

Werknemers beschikken over de mogelijkheid om tijdskrediet op te nemen om voor hun kinderen, jonger dan acht jaar, te zorgen. Vanaf de aanvraag bij de werkgever tot drie maanden na de beëindiging van het tijdskrediet, geniet de werknemer van een ontslagbescherming. Gedurende deze periode is de werknemer beschermd tegen een ontslag, tenzij om een dringende reden of een ontslag vreemd aan het tijdskrediet. Een schending van deze ontslagbescherming zorgt ervoor dat de werknemer gerechtigd is op een beschermingsvergoeding van zes maanden loon.

Traditioneel ging men ervan uit dat deze beschermingsvergoeding berekend moest worden op het deeltijdse loon. Het Hof van Cassatie heeft evenwel in zijn arrest van 22 juni 2020 een ander standpunt ingenomen.

Feiten

Een vrouwelijke werknemer genoot van tijdskrediet om voor haar kind jonger dan acht jaar te zorgen. Gedurende dit tijdskrediet besloot de werkgever de arbeidsovereenkomst te beëindigen en betaalde aan de werkneemster een opzeggingsvergoeding, berekend op het deeltijdse loon. De werkneemster ging niet akkoord met deze berekening. Zij oordeelde namelijk dat dit berekend moest worden op basis van haar hypothetisch voltijds loon en dat ze eveneens recht had op een beschermingsvergoeding berekend op een hypothetisch voltijds loon.

De berekening van deze vergoedingen op basis van een deeltijds loon was volgens haar een indirecte discriminatie ten aanzien van haar mannelijke collega’s. Bovendien maakte dit volgens haar een schending uit van het Europese principe van gelijke verloning. Deze regel lijkt namelijk neutraal, maar heeft uiteindelijk nadeligere gevolgen ten aanzien van vrouwelijke werknemers. Zij verwees hiervoor naar cijfers van de RVA waaruit bleek dat vrouwelijke werknemers ongeveer 95 procent uitmaakten van de werknemers die genoten van deze vorm van tijdskrediet.

Het Arbeidshof van Bergen oordeelde eerst dat de werkneemster inderdaad ontslagen werd omwille van haar tijdskrediet. Hierdoor had de werkneemster recht op een opzeggingsvergoeding en een beschermingsvergoeding. Het Arbeidshof besliste echter dat deze berekend moesten worden op het deeltijdse loon en niet het hypothetisch voltijdse loon.

Het Arbeidshof motiveerde zijn arrest door vast te stellen dat het opnemen van het tijdskrediet een individuele, vrijwillige keuze is van de werknemer en dat een berekening op basis van het hypothetische voltijdse loon mogelijk een discriminatie uitmaakt ten aanzien van mannelijke werknemers. De werkneemster verklaarde zich hiermee niet akkoord. Zij bleef van oordeel dat de vergoedingen berekend moesten worden op basis van het loon dat ze zou ontvangen hebben als ze haar prestaties niet had verminderd. Bijgevolg trok zij naar het Hof van Cassatie.

Het oordeel van Cassatie

Het Hof van Cassatie was van oordeel dat het Arbeidshof naliet te verifiëren of er effectief meer vrouwen tijdskrediet opnemen dan mannen. Eveneens werd er niet nagegaan of de hierdoor ontstane discriminatie al dan niet verantwoord kon worden. Het Hof van Cassatie stelde dat een berekening van de opzeggings- en beschermingsvergoeding op basis van het deeltijds loon, rekening houdende met de hypothese dat aanzienlijk meer vrouwen gebruik maken van deze vorm van tijdskrediet, een indirecte discriminatie kan uitmaken.

Deze vorm van berekening is enkel verenigbaar met het principe van gelijke verloning indien dit gerechtvaardigd kan worden door factoren die vreemd zijn aan het geslacht van de werknemer. Als dit voorhanden is, zal er geen indirecte discriminatie zijn maar dit moet steeds onderzocht worden door de bevoegde arbeidsrechtbank of het Arbeidshof. Omwille van dit gebrek aan onderzoek vernietigde het Hof van Cassatie het arrest en verwees de zaak naar het Arbeidshof te Luik dat zich nu opnieuw over de zaak zal moeten uitspreken.
Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Hof van Cassatie 22 juni 2020, S.19.0031.F/1, www.juridat.be 

Sander Vrolix
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen