< Terug naar overzicht

Werkverlating… kan zuur opbreken!

Een werknemer besliste zijn carrière een andere wending te geven en een eigen zaak op te starten. Met het oog op zijn vertrek, vroeg hij dan ook aan zijn werkgever om zijn bestaande arbeidsovereenkomst in onderling akkoord te beëindigen. Hij vatte de koe bij de horens en legde zijn werkgever dan ook al meteen een beëindigingsovereenkomst voor. Wat nu?

Dit viel echter niet in goede aarde bij de werkgever zo vlak voor de verlofperiode, alsook gelet op het feit dat het niet gemakkelijk was om nieuwe chauffeurs te vinden. De werkgever ging dus niet akkoord en deelde de werknemer mee dat - indien hij de arbeidsovereenkomst wou verbreken - hij de wettelijke bepalingen zoals vermeld in de arbeidsovereenkomst moest respecteren.

De werknemer deed dit evenwel niet: hij bleef zonder enige vorm van verwittiging afwezig op het werk. De werkgever stelde de werknemer hiervoor meermaals in gebreke. De werknemer reageerde niet, zodat de werkgever uiteindelijk niet anders kon dan vast te stellen dat de werknemer eenzijdig een einde gesteld had aan de arbeidsovereenkomst zonder naleving van een opzegtermijn of -vergoeding. Dit bleek vooreerst uit zijn houding - en met name uit zijn aanhoudende afwezigheid op het werk - en uit het gebrek aan reactie op de verschillende ingebrekestellingen, maar ook uit de berichten die de werknemer op Facebook plaatste.

De werkgever maande de werknemer vervolgens aan een verbrekingsvergoeding te betalen, maar hieraan werd geen gevolg gegeven. Daarom maakte de werkgever het geschil aanhangig bij de arbeidsrechtbank.

De werknemer wierp op dat de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord een einde had genomen. De arbeidsrechtbank van Veurne was het niet met hem eens. Zij meende dat de werknemer enkel geprobeerd had in onderling akkoord een einde te stellen aan de arbeidsovereenkomst. Volgens de arbeidsrechtbank had de werkgever het volste recht om niet in te gaan op dit voorstel tot beëindiging in onderling akkoord.

Bijgevolg had de werknemer de arbeidsovereenkomst moeten opzeggen bij gebrek aan akkoord. Gezien de arbeidsrechtbank vaststelde dat de werknemer dit niet deed, maar het recht in eigen nam door niet meer te verschijnen op het werk (en dit ondanks de diverse ingebrekestellingen), oordeelde zij dat de werknemer zelf op eenzijdige wijze de arbeidsovereenkomst verbroken had.

De arbeidsrechtbank oordeelde vervolgens dat de werknemer een verbrekingsvergoeding van vier weken loon verschuldigd was. Een bittere pil voor de ex-werknemer en zijn nieuwe start…

Conclusie: dit vonnis illustreert nogmaals dat zowel werkgever als werknemer hun verplichtingen bij de arbeidsovereenkomst moeten naleven. Daarnaast zet dit vonnis ook nogmaals het belang van onderlinge communicatie en goede afspraken tussen partijen in de verf.

Arbrb. Gent, afdeling Veurne, kamer v1, 7 maart 2019, onuitg. AR 18/185/A

Barbara Callewier
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen