< Terug naar overzicht

Zijn ‘zeer mobiele werknemers’ gedetacheerde werknemers?

In een arrest van 19 december 2019 (C-16/18) sprak het Hof van Justitie van de Europese Unie zich uit over het toepassingsgebied van de Detacheringsrichtlijn 96/71/EG in het kader van een dienstverlening waarin de zogenaamd gedetacheerde werknemers een zwakke band hebben met de lidstaat van ontvangst.

In het raam van een dienstverleningsovereenkomst verleende een Hongaarse onderneming diensten aan boord van treinen (bijv. bereiding en verkoop van maaltijden en dranken) die reden van en naar Salzburg (Oostenrijk) of München (Duitsland) met Boedapest (Hongarije) als vertrek- dan wel eindstation en een halte in Wenen (Oostenrijk). De werknemers die deze diensten verrichtten, woonden in Hongarije.

Na een controle in Wenen werd de directeur van de Hongaarse onderneming schuldig bevonden aan een reeks overtredingen, meer bepaald het niet voorafgaandelijk aangeven bij de Oostenrijkse autoriteiten van de zogenaamd gedetacheerde werknemers (een soort Oostenrijkse LIMOSA). De bestuurder van de Hongaarse onderneming vocht vervolgens de door de Oostenrijkse autoriteiten opgelegde sancties aan. Dit bracht de Oostenrijkse nationale rechter ertoe het Hof van Justitie van de Europese Unie vier prejudiciële vragen te stellen.
De eerste vraag, die de kern van het arrest vormt en waarvan de andere drie vragen afhangen, luidt als volgt: “Vallen de Hongaarse werknemers die diensten verrichten aan boord van internationale treinen die ook door de lidstaat van ontvangst, Oostenrijk, rijden, onder het toepassingsgebied van de Detacheringsrichtlijn 96/71/EG?”

In zijn conclusie beschreef de advocaat-generaal de Hongaarse werknemers als “zeer mobiele werknemers” in de zin dat hun arbeidsplaats niet geografisch is afgebakend. Volgens hem geldt de logica die ten grondslag ligt aan de Detacheringsrichtlijn 96/71/EG (d.w.z. de identificatie van een uitzendland en een lidstaat van ontvangst) niet voor de situatie van Hongaarse werknemers op doorreis door Oostenrijk, aangezien er in dit geval geen land van ontvangst is. De trein vertrekt uit en keert terug naar Hongarije. De advocaat-generaal concludeerde bijgevolg dat Hongaarse werknemers buiten het toepassingsgebied van de Detacheringsrichtlijn 96/71/EG vallen.

In zijn arrest van 19 december 2019 volgde het Hof de mening van de advocaat-generaal door te oordelen dat een werknemer niet op het grondgebied van een lidstaat kan worden gedetacheerd indien de uitoefening van zijn werkzaamheden geen voldoende band vertoont met dat grondgebied. In het voorliggende geval was het Hof echter van oordeel dat Hongaarse werknemers die alleen maar door Oostenrijk reizen, geen voldoende band met dit land vertonen om als ‘gedetacheerd’ in de zin van de Detacheringsrichtlijn 96/71/EG te worden beschouwd. Bijgevolg oordeelde het Hof dat de werknemers niet binnen de werkingssfeer van de Detacheringsrichtlijn 96/71 vallen, wat het Hongaarse bedrijf in staat zou moeten stellen zich te onttrekken aan de door de Oostenrijkse autoriteiten opgelegde sancties.

Door de invoering van het begrip ‘voldoende band’ met de lidstaat van ontvangst, vult het Hof het begrip ‘detachering’ in op basis van de logica van de Detacheringsrichtlijn 96/71/EG. Merk op dat de uitzonderlijke omstandigheden van de zaak in kwestie - een uiterst zwakke band met de lidstaat van ontvangst - het Hof er ongetwijfeld toe hebben aangezet een dergelijk standpunt in te nemen. Maar door de invoering van het begrip ‘voldoende band’ met de lidstaat van ontvangst creëerde het Hof een opening op grond waarvan discussie kan ontstaan over het toepassingsgebied van de detacheringsrichtlijn op zeer mobiele werknemers.

Arrest C 16/18 van 19 december 2019 (Michael Dobersberger tegen Magistrat der Stadt Wien)
Martin Laurent
Advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen