< Terug naar overzicht

Zorg (pro)actief voor het welzijn van uw werknemers!

De Codex Welzijn op het Werk verplicht werkgevers om de nodige maatregelen te treffen om de psychosociale risico’s op het werk te voorkomen en de schade ten gevolge van deze risico’s te voorkomen of te beperken. Een inbreuk op deze verplichtingen wordt strafbaar gesteld door het Sociaal Strafwetboek. Tot dusver werden werkgevers enkel voor de burgerlijke rechtbank aansprakelijk gesteld. In een recent vonnis toonde de correctionele rechtbank van Brussel echter aan dat het strafrechtelijk luik geen dode letter is.

De feiten

In een vzw heerste er al jaren een gespannen sociaal klimaat wat voornamelijk te wijten was aan hoge werkdruk. De budgetten die de vereniging van de overheid kreeg waren afhankelijk van behaalde objectieven waardoor de lat hoog lag. Daarnaast zou er sprake zijn van pesterijen in hoofde van de algemeen directeur, die onder andere racistische en seksistische beledigingen zou uiten. Samen met andere leden van de hiërarchische lijn werd hem verweten nalatig te zijn op het gebied van veiligheid en welzijn op het werk. Zo werd er onder meer geen vertrouwenspersoon aangesteld en bestond geen register voor feiten van derden.

Sinds 2016 hadden verschillende werknemers meerdere keren geprobeerd om intern deze problemen aan te kaarten en tot een oplossing te komen, waarbij ook de vakbondsafvaardiging en het CPBW werden betrokken. De werkgever werd herhaaldelijk verzocht om een psychosociale risicoanalyse uit te (laten) voeren, maar zonder resultaat. In januari 2017 werd een formeel verzoek tot psychosociale interventie met hoofdzakelijk collectief karakter ingediend bij de preventieadviseur psychosociale aspecten (‘PAPSY’).

Het verslag van de PAPSY en de risicoanalyse (die pas in maart 2018 werd uitgevoerd door een externe organisatie) definieerden de overmatige werkdruk als een structureel probleem. Er werden verschillende maatregelen voorgesteld om de situatie te verbeteren, maar de uitvoering daarvan door de werkgever liet opnieuw op zich wachten. Een werkneemster die eveneens een individuele klacht had ingediend na getroffen te zijn door burn-out, beroofde zich tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid van het leven.

De vzw werd vervolgd voor de correctionele rechtbank omdat zij tekortgeschoten zou zijn in haar verplichtingen op het vlak van psychosociaal welzijn op het werk. Zo werd de vereniging verweten dat zij had nagelaten maatregelen te treffen zowel met betrekking tot de preventie van psychosociale risico’s in het algemeen als concrete maatregelen te nemen in het kader van de risicoanalyse.

Het vonnis

De rechtbank tilt zwaar aan het feit dat de vzw ervan op de hoogte was dat het niet goed gesteld was met het psychosociaal welzijn op het werk van heel wat personeelsleden, maar toch besloot de ogen daarvoor te sluiten. Dat de werkgever na lang aandringen toch een risicoanalyse liet uitvoeren volstaat niet in het licht van de wettelijke verplichtingen in deze materie.

Het gebrek aan concrete maatregelen zoals de aanstelling van een vertrouwenspersoon alsook het feit dat er geen enkele maatregel werd genomen aangaande het gedrag van de algemeen directeur, hoewel dat erg problematisch bleek, acht de rechtbank bijzonder laakbaar. Dat creëert bij werknemers immers het gevoel dat er niet naar hen geluisterd wordt bij ongepast gedrag, aldus de rechtbank. Met betrekking tot de situatie van de overleden werkneemster wordt vastgesteld dat niets ondernomen werd.

De rechtbank komt tot het besluit dat de vzw schuldig is aan de verweten tenlasteleggingen en veroordeelt haar tot een geldboete van niveau 3, hetzij 8.000 EUR (waarvan de helft met uitstel). (1)

Les voor de toekomst

Werkgevers (maar ook aangestelden zoals leidinggevenden) zijn bij deze gewaarschuwd om psychosociale risico’s van werknemers te voorkomen maar ook om actief op te treden bij een verstoord klimaat om schade te voorkomen of desgevallend te beperken. De rechtspraak vereist daarbij terecht een actieve houding.
Verlies tot slot niet uit het oog dat de welzijnswetgeving ook van toepassing is op telewerkers.

Corr. Brussel (Fr.) 24 februari 2021, AR 18/AB/3001, onuitg.

(1) Er werden eveneens twee leidinggevenden gedagvaard, maar zij werden vrijgesproken omdat de wet ten tijde van de feiten nog voorzag in een decumul-regeling, zijnde dat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor een onopzettelijk gepleegd misdrijf slechts toegewezen kon worden aan “degene die de zwaarste fout had begaan”: hetzij de rechtspersoon, hetzij de geïdentificeerde natuurlijke persoon. Intussen is een cumul wel mogelijk.

 

Lisa Schevenels
Advocaat
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen