Redactie
Bijna 1 op de 12 werknemers in ons land is dit jaar al bij zijn werkgever vertrokken. Dat waren er de voorbije jaren nooit zoveel. De sectoren horeca, interim, dienstencheques en transport zagen de meeste werknemers vertrekken. Door de hoge uitstroom daalt ook de gemiddelde anciënniteit van de uitstromers, blijkt uit cijfers van HR-expert Acerta op basis van de reële gegevens van 18.000 bedrijven in ons land, die samen 257.000 mensen tewerkstellen.
In tijden van economische onzekerheid is het cijfer des te opvallender: ongeveer 1 op de 12 werknemers in ons land (7,9 procent) heeft de voorbije maanden zijn contract van onbepaalde duur opgezegd bij zijn werkgever. Dat is een record. Vorig jaar lag dat cijfer in de eerste 6 maanden van het jaar iets lager (7,5 procent). In vergelijking met de coronaperiode (2020) stopten nu al 41,2 procent meer werknemers bij hun werkgever.
De meeste van die contractbeëindigingen gebeuren op initiatief van de werknemer zelf (38,4 procent). Dat zijn er iets meer dan de voorbije jaren, maar wel nog minder dan in 2021 (39,9 procent) en 2022 (42,3 procent), in de nasleep van de coronaperiode. In ongeveer 1 op de 5 gevallen (22,4 procent) neemt de werkgever het initiatief om de samenwerking stop te zetten. Dat is het hoogste cijfer in vier jaar tijd. In de andere gevallen gaat het om een wederzijdse beslissing (28,0 procent) of een pensionering (11,2 procent).

“Bij werknemers, vooral degenen met een gewild profiel, speelt de schaarste op de arbeidsmarkt een rol.”
Ellen Van Grunderbeek, Manager Kenniscentrum bij Acerta Consult: “Er zijn verschillende redenen om een vast contract te beëindigen. Bij werknemers, vooral degenen met een gewild profiel, speelt de schaarste op de arbeidsmarkt een rol. Zij kunnen kiezen voor betere omstandigheden. Dit geldt onder andere voor jongeren. Uit de cijfers blijkt dat jongere werknemers vaker zelf het initiatief nemen om van werkgever te veranderen. Zij letten op werk-privébalans, bedrijfscultuur, opleidings- en doorgroeimogelijkheden en (financiële) voordelen. Wanneer werkgevers besluiten om een contract te beëindigen, speelt (geo)politieke en economische onzekerheid mogelijk een rol, wat op sommige plaatsen leidt tot reorganisaties en herstructureringen.”
Verschillen per sector
De algemene gemiddeldes van de contractbeëindigingen verbergen grote verschillen tussen sectoren. Zo is in de horeca iets meer dan 16,5 procent van het vaste personeel vertrokken, in de interim en dienstencheques iets meer dan 15,7 procent en in de transport- en logistieke sector vertrok 11,5 procent dit jaar. In de social profit en de chemie-/farma-/energiesector is de uitstroom van vaste werknemers dan weer het kleinst, respectievelijk 5,8 en 6,2 procent.

Uit de cijfers van Acerta blijkt ook nog dat de gemiddelde anciënniteit van vaste werknemers in vergelijking met vorig jaar is gedaald. De vaste werknemers die in de eerste 6 maanden van dit jaar zijn vertrokken, hadden er op dat moment 7 jaar en 10 maanden anciënniteit opgebouwd bij hun werkgever. Vorig jaar was de gemiddelde anciënniteit op het moment van vertrek nog 8 jaar en 4 maanden, zo’n 6,4 procent meer dan nu.
LEES MEER OP HRSQUARE.BE
- Cognitief psycholoog Wouter Duyck waarschuwt: “Er komt voor het eerst een generatie op de arbeidsmarkt die minder sterk is dan de vorige”
- Middellang absenteïsme bij 65-plussers stijgt met 50 procent sinds verhoogde pensioenleeftijd
- Vlaamse zelfstandige werkt 10 uur meer per week dan werknemer
- 1 op de 10 werknemers kreeg in 2025 loonopslag boven op de index
- 7.400 nieuwe jobs in private sector, vooral in diensten