De loonindexering reageert altijd met vertraging op de inflatie. Aangezien de inflatie vorig jaar zeer hoog was, kregen loontrekkenden de jongste maanden een forse indexaanpassing.
Koopkracht
Die toename van de reële lonen verhoogt de koopkracht van werknemers, op voorwaarde dat ze evenveel werken als vorig jaar. Maar door de recessie worstelen veel arbeiders met tijdelijke werkloosheid en 43.500 banen gingen verloren.
De koopkracht van de gezinnen blijft echter stijgen. De toename van de reële lonen weegt zwaarder dan de daling van het aantal gewerkte uren. Het Federaal Planbureau verwacht dat de koopkracht van alle gezinnen samen dit jaar met 1,5 procent stijgt. Toch daalt de consumptie, omdat de gezinnen veel meer sparen.
Concurrentiekracht
De sterke stijging van de reële lonen in België is goed nieuws voor de koopkracht van de werknemers, maar slecht nieuws voor de concurrentiekracht van de bedrijven. In het eerste kwartaal stegen de uurloonkosten in België met 4,9 procent op jaarbasis, tegenover een gewogen gemiddelde van 2,9 procent in Duitsland, Frankrijk en Nederland. De loonkostenhandicap groeide dus met 2 procentpunten. Als het eerste kwartaal representatief is voor het hele jaar, dreigt de loonkostenhandicap op te lopen tot 6,1 procent.
Maar nu al is bijna zeker dat de reële lonen in 2010 zullen dalen. Door de extreem lage inflatie dit jaar is er voor veel werknemers een feitelijke loonstop of zelfs loondaling op komst. Voorts zal de inflatie volgend jaar weer aantrekken. Dat kan leiden tot een daling van de loonkostenhandicap als de lonen elders blijven stijgen.
Bron: De Tijd