In een dossier voor de Arbeidsrechtbank van Gent kwam aan het licht dat een accountmanager tijdens zijn tewerkstelling ook als tussenpersoon optrad voor een concurrerende onderneming, tijdens de werkuren, met het e-mailadres van zijn werkgever, en hier ook commissies voor ontving van de concurrerende onderneming.
Zoals wel vaker het geval, werd dit ontdekt omdat hij na zijn ontslagname werd vrijgesteld van prestaties, waarna een collega zijn professionele mailbox opvolgde. Zij merkte dat de accountmanager verschillende e-mails ontving van klanten over bestellingen die waren geplaatst bij een concurrerend bedrijf. Bovendien las zij dat hij commissies ontving van de concurrent voor deze bestellingen. Zij stapte hiermee naar de directie, die verder onderzoek deed en vervolgens overging tot ontslag om dringende reden.
De accountmanager betwistte zijn ontslag en stapte naar de rechtbank om een opzeggingsvergoeding te verkrijgen. Hij stelde dat zijn werkgever perfect op de hoogte was van het feit dat bepaalde klanten bestellingen plaatsten bij een concurrent waarbij hij optrad als tussenpersoon en, meer zelfs, dat de werkgever hiervoor toestemming had gegeven. Hij beweerde echter geen commissie te hebben ontvangen van de concurrent.
De rechtbank stelde vast dat het verhaal van de accountmanager deels klopte. Zijn werkgever was inderdaad op de hoogte van het feit dat bepaalde bestellingen van haar klanten bij een concurrent werden geplaatst, omdat zijzelf dergelijke leveringen niet tegen een interessante prijs aanbieden. De werkgever ging hiermee akkoord omdat dit toeliet toch deze klanten te behouden, ook al bestelden ze een deel bij een concurrent. Het feit dat de accountmanager tijdens zijn werkuren, met zijn professioneel e-mailadres optrad als tussenpersoon voor deze bestellingen kon hem dan ook niet worden verweten. In die omstandigheden kon er volgens de rechtbank geen sprake zijn van concurrentie door de accountmanager.
De rechtbank tilde echter wel zwaar aan het feit dat de accountmanager, zonder medeweten van zijn werkgever, commissies ontving van de concurrent om deze bestellingen te plaatsen. Dit was onaanvaardbaar voor de rechtbank, vermits de man deze bestellingen verrichtte tijdens zijn werkuren en hiervoor reeds betaald werd.
De conclusie was dan ook dat de werknemer terecht werd ontslagen om dringende reden. Achter de rug van de werkgever een graantje meepikken van bestellingen geplaatst bij een concurrent is een stap te ver.
Arbrb. Gent, afd. Gent, 13 december 2018, AR 18/5/A
Julie De Maere, advocaat – senior associate Claeys & Engels