Het Hof van Cassatie heeft nu echter geoordeeld in zijn arrest van 07/02/2011 dat het vermoeden van voltijdse tewerkstelling nog steeds weerlegbaar is, aangezien art 22 ter RSZ- wet niet vermeldt dat het vermoeden onweerlegbaar is. De voorwaarden opdat er sprake kan zijn van een onweerlegbaar vermoeden zijn niet vervuld. Betreffende de Memorie van Toelichting oordeelde het Hof van Cassatie dat deze aan een wetsbepaling geen draagwijdte kan geven die niet met de wettekst zelf overeenstemt.
Hopelijk beëindigt het arrest de controverse omtrent de aard van het vermoeden van voltijdse tewerkstelling. Het valt echter niet uit te sluiten dat de RSZ zal aansturen op een nieuw wetgevend initiatief.