‘Vakbonden zijn nodig, maar niet bij ons’. Zo blijken de meeste Vlaamse managers en werkgevers te denken over sociaal overleg. Een survey van de UGent bij 260 leidinggevenden suggereert een soort NIMBY over sociaal overleg: noodzakelijk, maar toch liever niet hier…
Ondanks het belang van sociaal overleg in België, is er zeer weinig gekend over hoe leidinggevenden dat overleg benaderen. Nochtans is het sociaal overleg in ons land diepgeworteld, met een verplicht comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) in bedrijven met vijftig werknemers of meer, en een ondernemingsraad (OR) zodra de onderneming honderd medewerkers telt. Bovendien is in ons land zo goed als de helft van alle werknemers aangesloten bij de vakbond.
Nuttig en nodig, maar niet hier
Tijd dus om te kijken naar hoe werkgevers kijken naar sociaal overleg. Voor haar masterproef verspreidde Lieselot Rosselle, onder begeleiding van professor Stan De Spiegelaere en met steun van HR Square, een survey bij Vlaamse leidinggevenden. 260 leidinggevende vulden de survey in en de resultaten zijn opzienbarend: Vlaamse managers zien vakbonden en sociaal overleg als nuttig en nodig, maar niet in hún bedrijf.
De survey peilde naar de zienswijze van managers over belangen, conflict en de rol van de vakbond in de samenleving en in hun eigen bedrijf. De meerderheid (68 procent) vindt dat werknemers en werkgevers, in de samenleving, zowel gelijklopende als tegengestelde belangen hebben. Maar als de focus ligt op het eigen bedrijf, dan zegt iets meer dan de helft (54 procent) dat de belangen grotendeels gelijklopen.
Hetzelfde patroon zien we op vlak van de verdediging van die belangen. In de samenleving denkt de grootste groep leidinggevenden dat vakbonden en sociaal overleg de belangen van werknemers voldoende behartigen, maar in het eigen bedrijf denkt amper 12 procent dat. Voor het eigen bedrijf denkt de meerderheid (63 procent) dat het management de werknemersbelangen voldoende behartigt.
Conflict en communicatie
De perceptie over het verschil in belangen is gelinkt aan hoe managers conflict zien. In de samenleving zien managers conflict vooral (58 procent) als normaal en onvermijdelijk, gegeven de verschillende belangen. Maar als het gaat over het eigen bedrijf, dan is dat een stuk minder het geval. Ook hier denkt 42 procent dat conflict onvermijdelijk is, maar nog vaker (44 procent) wordt gekeken naar gebrekkige communicatie: als we het beter uitleggen, is er geen reden voor conflict.
Als laatste de rol van de vakbond. Bijna de helft ziet die als een voordeel maatschappelijk gezien, omdat ze de belangen van werknemers verdedigen (47 procent). Maar ook hier is de perceptie in de eigen organisatie helemaal anders. 37 procent van de respondenten ziet vakbonden in de eigen organisatie als onnodig en storend. Nog eens 26 procent denkt dat ze conflict veroorzaken waar het niet zou moeten bestaan.
Het beeld is duidelijk. De Vlaamse leidinggevenden denken dat vakbonden nodig zijn, maar niet in hun eigen bedrijf. Daar zou alles vlotter lopen zonder vakbond en sociaal overleg.
Wensen voor werkelijkheid?
Hoe zouden we deze vreemde spagaat kunnen verklaren? De onderzoekers van UGent zien twee verklaringen: de rol van de vakbond verschilt effectief maatschappelijk en op ondernemingsniveau en/of managers nemen hun wensen voor werkelijkheid.
Een eerste verklaring gaat ervan uit dat er effectief een verschil is tussen de rol van vakbonden in bedrijven en in de bredere samenleving. Misschien zien managers dat werknemers, op sector en nationaal niveau, effectief andere belangen hebben, maar als het gaat over de individuele bedrijven veel minder. Dat vakbonden een belangrijke rol spelen politiek en via sectorafspraken, maar dat die rol op het bedrijfsniveau van minder belang is.
Een tweede verklaring is dat managers hun eigen wensen voor werkelijkheid zien. Voor de maatschappij hebben ze een klare kijk, maar voor hun eigen bedrijf zetten ze een roze bril op van gemeenschappelijk belang en samenwerking. De antwoorden reflecteren dus niet hoe de situatie is, maar hoe ze de situatie zouden willen zien.
Uit onderzoek blijkt dat vakbondsvertegenwoordigers niet vaak dezelfde roze bril delen. Ze zien hun eigen bedrijf veel meer als hoe zij de samenleving zien: als een plaats met soms tegengestelde belangen, met conflict en dus een rol voor collectief overleg. Dat verschil in visie, op zich, is vaak een bron van frustratie en onbegrip: de leidinggevende begrijpt niet waarom werknemers en hun vertegenwoordigers vragen stellen en zich kanten tegen veranderingen die, volgens de leidinggevende, duidelijk in het gemeenschappelijk belang zijn. En omgekeerd voelen werknemers zich voor de domme gehouden als zaken te rooskleurig worden voorgesteld.
LEES MEER OP HRSQUARE.BE