Een werknemer die in België op 1 januari begint te werken, kan zijn vakantie pas na twaalf maanden werken opnemen. Wie later op het jaar begint te werken, moet ook wachten tot het volgende kalenderjaar en kan dan nog slechts een deel van een normaal wettelijk verlof opnemen. De Europese Commissie vindt dat deze praktijk indruist tegen de Europese arbeidstijdrichtlijn, die onder meer bepaalt dat de vakantie binnen een ‘redelijke’ termijn opgenomen moet kunnen worden.
Eind 2008 had de minister de Nationale Arbeidsraad al opgedragen te zoeken naar mogelijke oplossingen voor de kwestie. Sindsdien werden hierover verschillende vergaderingen geagendeerd, maar de laatste vergaderingen werden allemaal afgelast, omdat de sociale partners meer tijd wilden om de voorstellen te bestuderen. Tot nog toe is over de kwestie geen akkoord bereikt.
In een reactie zegt Unizo bereid te zijn de kritiek van de Europese Commissie op het feit dat gespaarde vakantiedagen in België vaak pas na een jaar kunnen opgenomen worden, te bekijken. “De eisen van Europa kunnen ingewilligd worden, als dat geen extra kosten meebrengt voor ondernemers”, reageert de ondernemersorganisatie. “Belangrijk is dat dit geen én-én-verhaal kan worden. Het gaat louter om een technische aanpassing, zonder dat er van uitbreiding van vakantie sprake kan zijn.”
Unizo sluit zich zo aan bij het VBO, dat eerder al opmerkte dat een technische oplossing perfect mogelijk is zonder bijkomende kosten, noch voor de bedrijven, noch voor de sociale zekerheid.
Bron: FOD Waso/Unizo