Vooral de quartaire sector (zorg, sociaal werk, onderwijs, cultuur, openbare besturen) zorgde voor nieuwe banen, maar ook de Vlaamse bouw blijkt een groeipool. Ronduit sterke groei is er in kleinste West-Vlaamse en Limburgse kmo’s. Dit alles blijkt uit de kmo-jobindex van SD Worx. Die staat nu op 108,2. Dat betekent dat er sinds januari 2005 op 100 voltijdse werknemers 8,2 nieuwe kmo-arbeidsplaatsen zijn gecreëerd.
Kleinste kmo’s leiden de dans
Opmerkelijk aan de positieve evolutie van de tewerkstelling in de kmo’s is dat ze nagenoeg uitsluitend te danken is aan jobcreatie in de allerkleinste kmo’s (minder dan 20 werknemers). In West-Vlaanderen bedroeg de jobgroei in deze kmo’s de voorbije twee kwartalen respectievelijk 2,1 procent en 1,3 procent. Ook in Limburg zijn ze verantwoordelijk voor het positieve saldo in het derde kwartaal. De kleinste kmo’s groeien er met 1,1 procent, wat de totale groei in Limburg voor het derde kwartaal op 0,9 procent brengt. Deze klasse van kmo’s vertegenwoordigt echter 89,8 procent van de totale Belgische kmo-populatie en is daardoor uiterst belangrijk voor de tewerkstelling.
Alleen in Oost-Vlaanderen viel er ook in de andere categorieën (20-49 werknemers en 50-99 werknemers) een toename van het aantal banen vast te stellen. In de grote Oost-Vlaamse kmo’s werd zelfs een stijging van bijna vier procent (3,9 procent) gemeten. Met deze over de hele lijn positieve balans was Oost-Vlaanderen wel de witte raaf onder de Vlaamse provincies.
Prognose bevestigd
Medio augustus organiseerde SD Worx een telefonische enquête bij 387 kmo’s. De steekproef was representatief voor het Belgische kmo-landschap. Uit die enquête bleek dat meer dan 95 procent van de kmo’s de rest van 2009 en het eerste kwartaal van 2010 positief tegemoet zag op het vlak van tewerkstelling. Eén op de vijf respondenten (22 procent) verwachtte zelfs een stijging van het aantal jobs. Die verwachtingen worden nu bevestigd door de reële resultaten voor het derde kwartaal.
In België maken kmo’s 98,8 procent van de privéondernemingen uit. Ze zijn goed voor meer dan de helft van de tewerkstelling (53 procent).