Die forse stijging is deels te verklaren door de aanwervingsstop in 2010 wegens de onzekere economische vooruitzichten. Maar ook met de babyboomers die massaal met pensioen gaan en met de race van veel bedrijven naar meer toegevoegde waarde via innovatie.
De voorbije 20 jaar echter is het aantal afgestudeerde industrieel en burgerlijk ingenieurs dramatisch gedaald. In 1990 waren er nog ongeveer 3840, in 2005 viel dat terug tot 2690 en vorig jaar tot 1940 ingenieurs, een halvering.
Bedrijven zitten dan ook met de handen in het haar, want vanuit het buitenland moet men niet veel heil verwachten. Ook de groeilanden hebben ingenieurs broodnodig en andere Europese landen kampen eveneens met een groot tekort.
Volgens een rapport van de Unesco, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, zou Brazilië de komende vijf jaar 360.000 ingenieurs nodig hebben. Wil Zwart-Afrika in 2015 de millenniumdoelstellingen halen, dan heeft het 2,5 miljoen ingenieurs nodig. Een Deense studie heeft het over een tekort van 14.000 ingenieurs in 2020. In Duitsland liep het tekort aan ingenieurs in augustus vorig jaar zelfs op tot 77.000.
Maar er is hoop. De jongste jaren is het aantal studenten dat een studie industrieel of burgerlijk ingenieur aanvat, licht gestegen. Het aantal meisjes dat een technische studie begint, neemt langzaam toe. In de richting bio-ingenieur vertegenwoordigen ze nu al de helft van de eerstejaarsstudenten. Voor burgerlijk ingenieur ligt dat cijfer op 21 procent, voor industrieel op 10 procent.
Bron: De Tijd