Thuiswerken komt het meeste voor in het onderwijs. Ruim 60 procent van alle werknemers werkt daar thuis. Leraren bereiden thuis lessen voor en kijken huiswerk na. Daarnaast wordt ook in de financiële dienstverlening, in cultuursector en bij zakelijke dienstverleners relatief veel thuisgewerkt.
Dat deze sectoren veel thuiswerk kennen, is niet toevallig. Want thuiswerken komt vooral voor bij werknemers met een hoge opleiding. In 2010 werkte bijna de helft van de hoogopgeleide werknemers thuis. Bij de werknemers met een middelbare opleiding was dat één op de vijf en bij de laagopgeleiden één op de acht.
Van de mannen werkte in 2010 bijna 30 procent thuis, tegen bijna 25 procent van de vrouwen. Verder komt thuiswerken meer voor bij 25-plussers dan bij jongeren.
In 2010 werkten drie op de tien werknemers van 25 tot 65 jaar thuis. Onder de 15- tot 25-jarigen was dat met ruim één op de tien een stuk minder. Dat heeft deels te maken met de sectoren waarin zij werkzaam zijn. Jongeren hebben, bijvoorbeeld, vaak een baan in de horeca.
Bron: Personeelsnet