Licht positieve cijfers
Het Steunpunt maakte een vergelijking van de gemiddelde uittredeleeftijd in 2001 en 2006. Deze vergelijking werd recentelijk aangevuld met een schatting van de gemiddelde uittredeleeftijd in 2007.
In 2006 bedroeg de gemiddelde uittredeleeftijd 58,9 jaar in België en in het Vlaams Gewest. De gemiddelde uittredeleeftijd, steeg slechts licht in de periode 2001-2006.
Over die periode van 5 jaar was de geobserveerde stijging in uittredeleeftijd gering (arbeiders en bedienden) of zelfs onbestaande (ambtenaren en zelfstandigen).
Lichtpunt
Op basis van een voorlopige schatting voor 2007 valt er een sterkere toename van de gemiddelde uittredeleeftijd te noteren. De uittredeleeftijd is vrijwel even sterk gestegen in twee jaar tijd (2005-2007) als voordien in vier jaar tijd (2001-2005). Deze groei is lang niet voldoende sterk om ons definitief gerust te stellen, maar het ronden van de kaap van 59 jaar brengt ons toch weer wat dichter bij de symbolische 60.
Opmerkelijk is tevens dat vrouwen nu het grootste deel van hun achterstand in uittredeleeftijd hebben weten in te halen, onder meer dankzij de toename van de wettelijke vrouwelijke pensioenleeftijd van 62 jaar naar 64 jaar tijdens de onderzochte periode. Ook binnen de groep loontrekkenden heeft zich een inhaalbeweging voltrokken. De gemiddelde uittredeleeftijd van arbeiders en bedienden is sterker toegenomen dan deze van de ambtenaren.
Conclusies
Voor definitieve conclusies over de evolutie van de gemiddelde uittredeleeftijd is het wachten op de volledige impact van enkele meer recente beleidsinitiatieven (Generatiepact, Vlaanderen 2020) die de uittredeleeftijd van vijftigplussers en meer in het algemeen de lengte van de loopbaan positief kunnen beïnvloeden. Al bestaat tegelijk de vrees dat het huidige economische klimaat de verwachte progressie opnieuw zal temperen.
De volledige arbeidsmarktflits van het Steunpunt WSE leest u hier.