Een paar cijfers maken veel duidelijk: 80 werkuren per week voor een maandloon van 450 euro bruto, aangevuld met 42 euro onkostenvergoeding per dag. Dat komt neer op ongeveer 1500 euro netto, de helft van het loon van een Belgische chauffeur. Dan hebben we het nog niet over de vaak barre woonomstandigheden.
Ogenschijnlijk is alles in orde: Oost-Europese chauffeurs werken voor Oost-Europese bedrijven. Uiteraard mogen zij ook in België rijden. Er wordt echter vermoed dat sommige Oost-Europese bedrijven louter postbusfirma’s zijn om de Belgische arbeidsvoorwaarden te kunnen ontwijken, terwijl de chauffeurs gewoon naar België gehaald worden om hier te rijden.
Legaal? Dat kan, want bij internationale transporten gelden de arbeidsvoorwaarden van het land waar de vrachtwagen is ingeschreven. Een buitenlands bedrijf mag zelfs binnenlandse transporten doen in België, maar dat kan in principe alleen voor maximaal drie transpoten die uitgevoerd worden terwijl de vrachtwagen wacht op een nieuwe lading om internationaal te vervoeren.
ACV-Transcom wijst op een uitspraak van het Europees hof van Justitie, dat stelt dat werknemers die in België werken, ook volgens de Belgische cao’s moeten worden betaald.
Europees parlementslid Kathleen Van Brempt (SP.A) houdt in De Standaard een pleidooi voor een Europese sociale-inspectiedienst om kwalen als schijnzelfstandigheid, postbusbedrijven en oneigenlijke tewerkstelling aan te pakken. Staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez (SP.A) wil met de invoering van hoofdelijke aansprakelijkheid voor opdrachtgevers en (hoofd)aannemers, de sociale wantoestanden en oneerlijke concurrentie aanpakken.
Bron: ACV Transcom / De Standaard