< Terug naar overzicht

Werkbaar werk: terug naar af?

Jos Gavel

Op 19 januari 2009 publiceerde het Vlaams Economisch Sociaal Overleg Comité (VESOC) het Pact 2020 als resultaat van overleg tussen de regering en de sociale partners. Een nieuw toekomstpact voor Vlaanderen, heette het, en het moest de gezamenlijke visie, strategie en acties van de betrokkenen weerspiegelen. Dat gebeurde aan het einde van de eerste regeerperiode van Kris Peeters als minister-president. Hij leidde toen een veelkleurige coalitie van CD&V (29 zetels), SP.A-Spirit (25 zetels), VLD (25 zetels) en N-VA (6 zetels). “Dat waren nog eens tijden, waar zijn ze toch gebleven?” zullen sommigen zich afvragen.

Na de verkiezingen later dat jaar versterkte Kris Peeters zijn positie in de volgende van 2009 tot 2014 door hem geleide regering. De CD&V won twee zetels (31), de SP.A zonder Spirit verloor er zes (19) en de NV-A won er tien (16), maar deze partij was nog lang niet de grootste. De Open VLD mocht er niet meer bij zijn. Het is altijd boeiend eens terug te kijken naar de recente politieke geschiedenis, maar we mogen in deze rubriek niet te lang van ons eigenlijk onderwerp afwijken.

Goed dus, het Pact 2020 bevatte onder meer 20 concrete doelstellingen op alle mogelijke economische en sociale terreinen. Doelstelling 10 was ‘werkbaarheid’. De werkbaarheidsgraad is dan het percentage van de werkende bevolking dat ‘een job heeft die voldoende leermogelijkheden biedt, goed te combineren is met het privéleven en geen aanleiding geeft tot werkstress of motivatieproblemen’. Die werkbaarheidsgraad wordt al sinds 2004 gemeten door de SERV-Stichting Innovatie & Arbeid (zie ook blz. 37 in deze editie).

Welnu, volgens het verdienstelijke Pact 2020 moest de werkbaarheidsgraad elk jaar met een half procent stijgen om tegen straks voor werknemers ‘minstens’ 60 procent en voor zelfstandigen ‘zo dicht mogelijk bij’ 55 procent uit te komen. Erg ambitieus mag dat niet genoemd worden als na tien jaar nog altijd 40 of 45 procent ‘onwerkbare’ banen worden geaccepteerd. We waren er indertijd natuurlijk niet zelf bij, dus hebben we gemakkelijk schrijven.

Dit neemt niet weg dat we onderhand in 2020 zijn aanbeland en dat de niet al te hooggespannen ambities geenszins waargemaakt werden. Integendeel, in drie van de vier domeinen gaat het erop achteruit tegenover 2004 en 2009. Volgens de recentste werkbaarheidsmonitor van de SERV-Stichting Arbeid & Innovatie had in 2019 iets minder dan de helft van de werknemers werkbaar werk. Het percentage was tot 2013 traag maar gestaag toegenomen tot 54,6 maar daarna zakte het weer vanaf 2016. Heeft dat iets te maken met het feit dat er vanaf 2014 weer een anderskleurige regering kwam met heel verschillende krachtsverhoudingen (NV-A met 43 zetels, CD&V met 27 en Open VLD met 19)? Wie zal het zeggen?

Vanuit onze uitkijkpost zien wij alvast het aantal ondernemingen dat inzet op werkbaar werk toenemen. Misschien niet genoeg, maar toch. Het is logisch en van moeten dat die inspanningen er zijn gezien de arbeidsmarktsituatie. Toch werkt het niet. Toenemende werkstress is het grootste probleem: die stijgt tussen 2013 en 2019 met gemiddeld 7,5 procent. Het ergst is het gesteld in de voeding, zorg – welzijn en onderwijs. Maar zelfs in de minder getroffen sectoren zoals zakelijke dienstverlening en financiële diensten is er nog een stijging.

In het onderwijs kampt 46,3 procent met werkstress, in zorg en welzijn 39,4 procent. Dat is nog iets hoger dan voeding en transport. Net de eerstgenoemde twee branches, die erg afhankelijk zijn van overheidssubsidies, kampen het meest met een samenspel van nefaste ontwikkelingen: moeilijk te vinden kandidaten van de juiste kwaliteit en bijgevolg personeelstekorten, gecumuleerde en versterkte effecten door uitval wegens werkstress, minder respect en appreciatie van ‘de klanten’, permanente veranderingen en wijzigingen van werkmethodes die velen kierewiet maken, steeds meer opgelegde formele en administratieve regels.

De SERV-Stichting Innovatie & Arbeid signaleert nog een andere verklaring, die overal geldt: ‘de stroom aan informatie en prikkels van alomtegenwoordige smartphones en andere IT-devices’ in bedrijven en privé stellen de mentale veerkracht op de proef. Dit leidt ons tot een fundamentele vraag: “In welke mate wordt privéstress omgezet in werkstress en door werknemers misschien gedeeltelijk ten onrechte aan het werk toegewezen?” Voer voor onderzoek. Mocht hier iets van aan zijn, wat kunnen werkgevers en regeringen dan nog doen? Hebt u ideeën?

jos.gavel@hrsquare.be

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen