Europa laat voorzichtig de crisis achter zich. Orderportefeuilles groeien en de arbeidsmarkt komt opnieuw in beweging. Het herstel is broos, mensen ‘vast’ aannemen komt nog weinig voor. Men werkt bij pieken vooral met flexibele contracten. Dat heeft voordelen en zou de toekomst kunnen zijn. Maar wat betekent dat voor het vaste contract?
In onze cultuur zit het vaste contract tussen de oren. Van ouders en grootouders hebben we geleerd dat een leven lang werken voor één baas vanzelfsprekend is. Dat biedt stabiliteit en maakt het eenvoudiger om leven en carrière te plannen. Ook de economie is er volledig op ingericht. Het eindtotaal van ons pensioen is minder hoog als we veel jobhoppen dan als we pensioen opbouwen bij één werkgever. En een hypothecaire lening krijgen is onmogelijk zonder een goed dossier over een stabiele carrière.
Het einde van de crisis is misschien een opportuun moment om het systeem te herzien. De pensioenleeftijd is naar 67 jaar gegaan, maar dat is alleen effectief als de werknemer tot die leeftijd waarde behoudt en niet halverwege de vijftig indut achter een bureau. Die waarde bouwt hij op bij meerdere werkgevers. Hij doet nieuwe ideeën op, leert andere producten en technologieën kennen, en brengt zelf nieuw bloed, zuurstof en andere denkwijzes in.
De relativiteit van vastheid
De dynamische arbeidsmarkt kan een waardevolle kruisbestuiving opleveren. De politiek zou daarop moeten inspelen en flexibel werken moeten faciliteren. Door een goed pensioen te garanderen, kan ze alvast zorgen wegnemen en werknemers stimuleren om in beweging te komen. Ook zijn er fiscale mogelijkheden om bedrijven te helpen werknemers langer door te betalen, terwijl ze op zoek gaan naar ander werk.
Een vast contract blijft een instrument om mensen betrokken en loyaal te houden en te voorkomen dat ze meteen vertrekken. En alleen het vast contract biedt via de ontslagvergoeding een vangnet voor de werknemer. Maar de crisis heeft de relativiteit ervan wel aangetoond. Vrijwel niemand is nog zeker van ‘lifetime employment’. Het flexibele contract als tegenhanger kritisch tegen het licht houden, is dan ook aan te bevelen. Voor zowel werkgever, werknemer als politiek.