De basisidee om jonge schoolverlaters, ongeacht de scholingsgraad, bijkomende kansen te geven op bedrijfsopleiding en de mogelijkheid die bedrijven wordt geboden om tegen lagere loonkosten jongeren op te leiden en aan te werven, vormt volgens de werkgeversorganisatie een veel positievere benadering van de problematiek van de jeugdwerkloosheid dan het bestaande Rosetta-plan. Het VBO dringt er dan ook op aan dat het originele plan, dat de bedrijven een drie procent-quotum van aanwervingen oplegt, volledig door dit nieuwe plan wordt vervangen.
Het nieuwe plan kan voor de jongeren ook een eerste signaal zijn van vormings- en zoekplicht. Bij de concrete uitwerking zal men volgens het VBO dus moeten zorgen voor een voldoende evenwicht tussen rechten en plichten. Aan jongeren die nalaten deze nieuw geboden kansen op opleiding en vorming te grijpen, zou de toelating tot wachtuitkering in vraag moeten kunnen worden gesteld.
Daarnaast pleit het VBO er voor de administratie te vereenvoudigen en de kostprijs van dit plan niet ten laste te leggen van de sociale zekerheid maar de beschikbare middelen in het tewerkstellingsfonds aan te spreken. “Dit plan onderscheidt zich positief van de vroegere bureaucratische en dirigistische aanpak van de jeugdwerkloosheid”, besluit het VBO.
Het nieuwe plan kan voor de jongeren ook een eerste signaal zijn van vormings- en zoekplicht. Bij de concrete uitwerking zal men volgens het VBO dus moeten zorgen voor een voldoende evenwicht tussen rechten en plichten. Aan jongeren die nalaten deze nieuw geboden kansen op opleiding en vorming te grijpen, zou de toelating tot wachtuitkering in vraag moeten kunnen worden gesteld.
Daarnaast pleit het VBO er voor de administratie te vereenvoudigen en de kostprijs van dit plan niet ten laste te leggen van de sociale zekerheid maar de beschikbare middelen in het tewerkstellingsfonds aan te spreken. “Dit plan onderscheidt zich positief van de vroegere bureaucratische en dirigistische aanpak van de jeugdwerkloosheid”, besluit het VBO.