Redactie
Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) maakt vandaag de resultaten bekend van zijn halfjaarlijkse conjunctuurenquête bij zijn sectorfederaties. “De conclusie van deze editie is duidelijk”, klinkt het. “De Belgische economie bevindt zich door de internationale geopolitieke onzekerheid (Rusland-Oekraïne, Israël-Gaza-Iran en vooral de Trump-heffingen) in een dichte mist met grote onzekerheden, al zijn er hier en daar wel wat lichtpuntjes dankzij een geleidelijk afkoelende inflatie, lagere (kortetermijn)rentevoeten, hogere overheidsinvesteringen en de hoop op structurele arbeidsmarkthervormingen onder de nieuwe Arizona-regering.
In 2024 groeide de Belgische economie uiteindelijk met 1 procent, waarmee het gematigde groeitempo van 2023 werd voortgezet. De voornaamste motor achter die groei was, net als het jaar voordien, de consumptie. Volgens voorlopige cijfers groeide de economie in het eerste kwartaal met 0,4 procent – het dubbele van de groei in het voorgaande kwartaal, onder meer dankzij een tijdelijke exportpiek naar de VS. Maar die opstoot lijkt van voorbijgaande aard.
De onderliggende trends blijven verontrustend. Volgens het VBO-rapport ligt de economische activiteit nog steeds fors onder het normale niveau. In 70 procent van de sectoren ligt de activiteit onder het langetermijngemiddelde. Vooral de textiel-, chemie-, staal-, autoassemblage- en machinebouwsector kampen met structurele zwakte. De bezettingsgraad van de productiecapaciteit in de industrie schommelt rond de 76 procent – ruim onder het historisch gemiddelde van 80 procent.
De VBO-enquête wijst op een zekere stabilisatie van de rentabiliteit en investeringen, maar op een eerder laag niveau. Zo rapporteert 80 procent van de sectoren dat hun rentabiliteit de afgelopen 6 maanden weliswaar stabiel is gebleven, maar onder het langetermijngemiddelde blijft. Hetzelfde geldt voor de investeringen: ondanks een licht herstel blijven de vooruitzichten voor nieuwe investeringen erg onzeker. Het gaat dan vooral om investeringen in innovatie, energiebesparing of arbeidsbesparende automatisering. De intenties voor uitbreidingsinvesteringen liggen uitzonderlijk laag door structurele onderbezetting en onzekerheid over de toekomst.
“De vooruitzichten voor de komende 6 maanden zijn erg onzeker”, zegt Edward Roosens, Chief Economist bij het VBO. “Er zijn licht positieve signalen, maar ze wijzen eerder op een uitbodeming van de crisis dan op een echte heropleving. We zitten niet meer in vrije val, maar we zijn ook nog lang niet uit het dal.”
“We zitten niet meer in vrije val, maar we zijn ook nog lang niet uit het dal.”
15.200 jobs verloren
De licht verbeterende conjunctuur toont zich ook voorzichtig in de werkgelegenheidscijfers, die begin 2024 een dieptepunt bereikten, met een netto krimp van de werkgelegenheid in de marktsectoren. In de afgelopen twee kwartalen kwamen er echter evenveel banen bij als in de 6 kwartalen daarvoor. Het grootste deel van de banencreatie doet zich wel voor in de dienstensector, waarvan zo’n 40 procent bij de overheid of in niet-marktsectoren.
In de meer conjunctuurgevoelige industriële sectoren krimpt de werkgelegenheid helaas nog steeds. Sinds begin 2023 zijn er 15.200 banen verloren gegaan, waarvan 1.700 de afgelopen twee kwartalen. Ook in industriële sectoren die wel nog wat groei vertonen (zoals de voedingsnijverheid), stelt het VBO stagnaties of zelfs dalingen van de werkgelegenheid vast.
Bodem bereikt?
Ondanks de niet zo geweldige omstandigheden is het pessimisme bij het VBO minder groot dan een half jaar geleden. “Enerzijds is dat gestoeld op het feit dat heel wat bedrijven en sectoren verwachten dat het moeilijk nog slechter kan, gezien de uiterst lage capaciteitsbezettingsgraden bij het begin van 2025”, klinkt het in een persbericht. “Anderzijds kan het ook een rol spelen dat de inflatie stilaan onder controle lijkt te komen, wat belangrijk is om de loonkostenontwikkeling weer enigszins in de pas te brengen met de buurlanden na de ontsporing van de voorbije jaren. Ook het soepelere monetaire beleid en een aantal op stapel staande overheidsinvesteringen hebben daar mogelijk toe bijgedragen.”
Een deel van onze bedrijven en sectoren (veelal uit de technologische sector) lijkt dus wat hoop te koesteren dat de economische groei zou kunnen standhouden en misschien zelfs wat aantrekken. Om van die hoop een realiteit te maken, moeten heel wat voorwaarden vervuld worden, stelt het VBO:
Op nationaal niveau:
- Herstel van het concurrentievermogen door een strikte toepassing van de loonnormwet.
- Maatregelen moeten worden genomen om de energiekosten voor de bedrijven te drukken, bijvoorbeeld door het verminderen van de transmissienettarieven.
- Activering van de arbeidsmarkt via een reeks structurele hervormingen, zoals het beperken van de werkloosheid in de tijd en het invoeren van flexibelere arbeidstijden.
- Vermindering van administratieve lasten door het opstellen van een inventaris van snelle winsten (quick wins) en een strikte toepassing van het principe van ‘no gold-plating’ (geen overmatige nationale invulling van Europese regelgeving).
Ook op Europees niveau zijn er enkele werven:
- Versterking en verdieping van de interne markt, met aandacht voor betere integratie en efficiëntie.
- Uitbreiding van het portfolio van handelsakkoorden en het versnellen van het ratificatieproces van die akkoorden. In het bijzonder moet er een akkoord met de VS komen dat de invoertarieven redelijk houdt.
- Vereenvoudiging van regelgeving en procedures, waarbij het omnibuspakket sneller en efficiënter moet functioneren.
“Door de economische en geopolitieke onzekerheid is het niet zeker of het economisch kruispunt waarop we ons bevinden, daadwerkelijk naar een pad uit het dal zal leiden”, aldus Pieter Timmermans, CEO van het VBO. “Maar met een doordacht beleid op Belgisch niveau kunnen we tenminste vermijden dat ons land verder wegzakt in een industriële crisis. Alleen met meer concurrentiekracht, een actievere arbeidsmarkt en minder administratieve lasten kunnen we ons economisch weefsel structureel versterken. Op Europees niveau moet er een beleid gevoerd worden dat de interne markt versterkt en inzet op een ruimer portfolio aan handelsakkoorden, te beginnen met het Mercosur-akkoord.”
LEES MEER OP HRSQUARE.BE