Daarnaast houdt het VEV een pleidooi voor wat het noemt ‘eigentijdse sociale wetten’. De sociale wetgeving moet volgens het verbond uitgaan van het subsidiariteitsprincipe: wat geregeld kan worden op bedrijfsniveau moet niet door de overheid worden geregeld. En er moet worden afgestapt van het conflictmodel. Voorts moet er werk worden gemaakt van een gelijkschakeling van de statuten, zodat mensen makkelijker kunnen overstappen van de overheid naar de privé en andersom.
In zijn voorstel over het tijdskrediet wordt het VEV bijna revolutionair. Volgens de werkgeversorganisatie moet worden overgeschakeld naar een loopbaanverzekering, waarbij werknemers zelf geld en/of tijd sparen dat/die ze later in hun loopbaan kunnen opnemen, zodat de loopbaanonderbreking gefinancierd wordt met eigen bijdragen en niet met middelen van de sociale zekerheid.
Ook het pensioen op maat is een nieuwigheid. Het VEV pleit voor een wettelijk basispensioen dat voorziet in eenzelfde bedrag voor iedereen, aangevuld met een pensioen uit een financiering volgens het verzekeringsprincipe.