In sommige beleidsdomeinen zijn er echter wel nog grote onevenwichten. Zo wordt het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) voor driekwart bevolkt door vrouwen en zijn acht op de tien personeelsleden bij Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) mannen.
Het grootste onevenwicht zit bij de entiteit Kind en Gezin. Daar werken liefst 91,4 procent vrouwen. ‘Zo’n groot onevenwicht is niet goed. Initiatieven om meer mannen aan te trekken, zijn daar wenselijk’, aldus Pelssers.
Toch zijn er extra inspanningen nodig om ook het aantal vrouwen in hogere functies op te krikken. Het aantal vrouwelijke topambtenaren bleef steken op 24 procent, terwijl de groep van vrouwelijke afdelingshoofden licht daalde van 29 naar 28 procent (streefcijfer 33 procent).
Het aantal medewerkers met een handicap of chronische ziekte bleef voor het tweede jaar op rij beperkt tot 1,2 procent (streefcijfer 3 procent). De allochtone collega’s gingen van 2,7 naar 2,8 procent (streefcijfer 4 procent).
“De besparingen zetten zware druk op het diversiteitsbeleid”, zegt Vlaams emancipatieambtenaar Ingrid Pelssers. “Als we de streefcijfers in 2015 willen waarmaken, is er dringend een meer offensieve aanpak van het beleid en het management nodig.”
Ze roept op om de 549 geregistreerde collega’s met een handicap of chronische ziekte buiten de groep te houden waarop de 6 procent personeelsreductie van toepassing is. Om meer vrouwen te laten doorstromen, start Emancipatiezaken een mentoringproject. En er komt een proefproject om de telmethode te verbeteren en een correcter beeld te krijgen van het aantal allochtone collega’s.
Bron: De Standaard/Vlaamse overheid