Terwijl de mannelijke werkzaamheidsgraad tussen 1990 en 2010 nagenoeg status-quo bleef, is de arbeidsdeelname van vrouwen met bijna de helft gestegen (van 46 procent in 1990 tot 66,7 procent in 2010).
De stijging in het aantal werkende is zelfs nog spectaculairder. De voorbije tien jaar verwelkomde de Vlaamse arbeidsmarkt ruim 450.000 werkende vrouwen extra. Dit is een stijging met 57,2 procent.
Werkloosheidskloof gedicht
Ook de werkloosheidskloof tussen mannen en vrouwen is de voorbije jaren verkleind. In de periode 1990-1992 waren vrouwen nog driemaal vaker werkloos dan mannen (gemiddelde werkloosheid van 8 procent tegenover 2,5 procent bij de mannen). Anno 2010 strandden vrouwen op 4,9 procent en mannen op 5 procent.
De convergentie in werkloosheidscijfers is goeddeels een reflectie van de economische herstructurering in de voorbije decennia: de traditioneel vooral mannelijke industriële werkgelegenheid kreeg rake klappen, terwijl sterk vervrouwelijkte sectoren zoals de gezondheidszorg numeriek aan belang wonnen.
Geduld tot 2020
De werkloosheidskloof is ondertussen gedicht. Voor het dichten van de werkzaamheidskloof is het wachten tot minstens 2020. Zo blijkt uit een simulatie van de onderzoekers. In 2020 zou de genderkloof nog 4,4 procentpunten bedragen, vandaag is dit nog 10,7 procentpunten.
Er is echter een belangrijke kanttekening. Bij de genderkloof gaat het steeds over het aantal ‘koppen’. Ruim twee op de vijf vrouwen werkt deeltijds tegenover amper één op de twaalf mannen. De genderkloof in arbeidsvolume of gepresteerde uren blijft dus nog zeer groot.
Bron: Steunpunt Werk & Sociale Economie