Werkloosheidsgraden
De werkloosheidsgraad – de verhouding tussen het aantal werkzoekenden en de beroepsbevolking – komt in februari 2009 uit op 6,59 procent. De mannelijke werkloosheidsgraad bedraagt 6,18 procent, de vrouwelijke 7,08 procent.
Jongeren
De jongeren (-25 jaar) in de werkloosheid zijn gestegen met 31,2 procent. Zij voelen traditioneel fel de effecten van een conjunctuuromslag. Wanneer bedrijven mensen ontslaan, zijn dat vaak tijdelijke werknemers (bij de uitzendkrachten zijn jongeren oververtegenwoordigd) en recent aangeworven werknemers (proportioneel ook meer jongeren). Idem dito wanneer bedrijven een aanwervingsstop afkondigen. Het zijn vooral de jongeren die de effecten hiervan voelen. Het aantal jongeren in wachttijd klimt overigens met 31,6 procent.
Bij de middenleeftijdsgroep 25 tot 50 jaar (+15,0 procent) en de vijftigplussers (+5,1 procent) is de toename beperkter.
Mannen sneller werkloos?
Het aantal mannelijke werkzoekenden steeg het voorbije jaar met 24,9 procent. De vrouwelijke werkloosheid kende een lichtere toename (+6,5 procent). Vooral de terugval in de klassieke industriële bedrijven stuurt de mannelijke werkloosheid hoger.
De tertiaire en quartaire sectoren waarin relatief veel vrouwen zijn tewerkgesteld, zijn minder conjunctuurgevoelig. Het succes van de dienstencheques is een andere verklaring voor de gunstigere evolutie van de vrouwelijke werkloosheid.
Studieniveau
Op jaarbasis is het aantal laaggeschoolde werkzoekenden met 13,1 procent gestegen. De middengeschoolden stegen met 18,1 procent en de hooggeschoolden met 17 procent.
Duur
De conjuncturele ommezwaai vertaalt zich in een oplopende kortdurige werkloosheid (+26,1 procent). Ook de middellange werkloosheid is gestegen (+24,8 procent). Bij een langdurige versombering van de economie treedt een cohorte-effect op en zal het aandeel van de structurele werkloosheid (+1 jaar) verder oplopen. Voorlopig daalt de zeer langdurige werkloosheid nog (-8,2 procent).
Bron: Persbericht Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming