Het cijfermateriaal komt voort uit de European Labour Force Survey (EU LFS) die elk kwartaal in de 25 lidstaten van de EU gehouden wordt. Eurostat bewerkte de gegevens en kwam tot een tewerkstellingsgraad van 63,7% op het einde van het tweede kwartaal van 2005, goed voor een stijging met 0,6% een jaar eerder, in juni 2004. De tewerkstelling nam bij mannen met 0,5% toe tot 71,2% en bij vrouwen met 0,8% tot 56,3%. De algemene tewerkstelling in België (61,0%) ligt onder dit Europees gemiddelde, maar de verschillen tussen mannen en vrouwen verkleinen in ons land wel iets sneller. De tewerkstelling van onze vrouwelijke landgenoten steeg met 1,1% (tot 54,1%), terwijl de Belgische mannen er op achteruit gingen met -0,2% (tot 67,7%).
De Eurostat-cijfers wijzen op een lichte trend naar deeltijdse tewerkstelling en tijdelijke arbeidscontracten. Het percentage deeltijdse banen op de totale tewerkstelling steeg van 17,8% in juni 2004 tot 18,5% in juni 2005. Die toename was duidelijk sterker bij de vrouwen (+1,0%, tot 32,5%) dan bij de mannen (+0,3%, tot 7,3%). De score van de Belgische mannen loopt hier parallel met het EU-gemiddelde (+0,3%, tot 7,1%), maar bij de vrouwen nam het aandeel deeltijdse contracten juist af. Het hoge percentage van 41,0 in 2004 zakte lichtjes, tot 40,7% in 2005. Toch hebben vrouwen alleen in Nederland (75,3%), Duitsland (44,3%) en het Verenigd Koninkrijk (43,0%) vaker een deeltijdse baan dan in België.