Wat met niet-opgenomen ADV-dagen en inhaalrustdagen bij einde arbeidsovereenkomst?

De werkneemster werkte sinds 16 juni 2011 als Junior Export Manager. Ze moest rechtstreeks rapporteren aan de CEO. Contractueel werd haar een 39 urenweek met toekenning van 6 ADV-dagen gegarandeerd. Bovendien bleek er binnen de onderneming ook een praktijk te bestaan waarbij de niet-opgenomen ADV-dagen konden worden overgedragen naar het volgende jaar. Ten slotte kreeg de betrokken werkneemster ook inhaalrustdagen toegekend wanneer er ‘overuren’ gepresteerd werden.

Op 25 september 2016 werd de arbeidsovereenkomst verbroken. Toen ontstond er onder andere discussie over de 22,5 niet-opgenomen ADV-dagen en vijf niet-opgenomen inhaalrustdagen.

Leidinggevende of niet?

De werkgever was van mening dat de werkneemster een leidinggevende functie uitoefende in de zin van het KB van 10 februari 1965, nu zij als verantwoordelijke voor de exportafdeling rechtstreeks moest rapporteren aan de CEO. Omdat ze dan een leidinggevende functie uitoefende, kon de werkneemster volgens de werkgever niet de uitbetaling vorderen van de niet-opgenomen ADV-dagen en de niet-opgenomen inhaalrustdagen. Bepaalde aspecten van de arbeidsduurwetgeving zijn immers niet van toepassing op leidinggevende werknemers.

De werkneemster argumenteerde dat ze steeds behandeld werd als een werkneemster die geen leidinggevende functie uitoefende. Ze had in haar functie immers recht op ADV-dagen en had die ook steeds gekregen. Verder had de betrokken werkneemster ook altijd al inhaalrustdagen gekregen voor de gepresteerde ‘overuren’. De CEO tekende steeds de verlofkaart af van de werkneemster waarop het saldo van de ADV-dagen en de inhaalrustdagen vermeld stond.

Verantwoordelijk voor een belangrijke afdeling

De arbeidsrechtbank van Brussel stelde de werkgever in het gelijk en oordeelde dat de betrokken werkneemster geen loon kon claimen voor niet-opgenomen ADV-dagen en/of niet-opgenomen inhaalrustdagen. Hoe kwam de arbeidsrechtbank tot deze conclusie?

De arbeidsrechtbank oordeelde dat de werkneemster als Junior Export Manager wel degelijk een leidinggevende functie uitoefende in de zin van artikel 2, I, 1° van het KB van 10 februari 1965. Dit artikel beschouwt alle personen die werkelijk gezag uitoefenen en die verantwoordelijkheid dragen voor de gehele onderneming of een belangrijke onderafdeling ervan als leidinggevende werknemers. Uit het organigram bleek dat de betrokken werkneemster verantwoordelijk was voor de exportafdeling en dat zij rechtstreeks moest rapporteren aan de CEO.

De arbeidsrechtbank verwees hierbij vervolgens naar het feit dat de Arbeidswet van openbare orde is in zoverre deze wet een regeling inzake maximale arbeidsduur oplegt. Bijgevolg moeten eventuele uitzonderingen hierop – zoals het KB van 10 februari 1965 – volgens de arbeidsrechtbank van Brussel beperkend geïnterpreteerd worden en viel de betrokken werkneemster dus niet onder de reglementering inzake arbeidsduur.

Het feit dat deze werkneemster in het verleden inhaalrustdagen en/of ADV-dagen kreeg, schept volgens de arbeidsrechtbank van Brussel geen recht op de uitbetaling van de eventuele niet-opgenomen dagen.

Zullen andere arbeidsgerechten volgen?

Om te beoordelen of een werknemer al dan niet een leidinggevende functie uitoefende, houdt de arbeidsrechtbank van Brussel klaarblijkelijk enkel rekening met de wettelijke bepalingen zoals voorzien in het KB van 10 februari 1965 en houdt ze dus geen rekening met de elementen (zoals ADV-dagen en inhaalrustdagen) die onverenigbaar lijken te zijn met een statuut als leidinggevende. Het valt natuurlijk af te wachten of ook andere arbeidsgerechten op deze wijze zullen bepalen of een betrokken werknemer al dan niet een leidinggevende functie uitoefent.

Arbeidsrechtbank van Brussel, 10 januari 2017, AR 15/2021/A en 15/3146/A, Onuitg.

Auteur: Sieglien Huyghe (Claeys & Engels)

 

Plaats hier uw vacature - neem contact op met [email protected]

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!