1.1 Begrip
Er is sprake van een arbeidsongeval in de zin van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, wanneer en er zich (1) een plotse gebeurtenis (‘een ongeval’) voordoet (2) die een letsel veroorzaakt en dit (3) tijdens en (4) door de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.
Ook een ongeval op de weg naar en/of van het werk kan als een arbeidsongeval beschouwd worden, op voorwaarde dat het gaat om het ‘normale traject’ – wat niet noodzakelijk de kortste weg is –. Eventuele omwegen of onderbrekingen kunnen in bepaalde gevallen gerechtvaardigd zijn.
1.2 Bij twijfel: toch aangeven
In geval van twijfel omtrent de kwalificatie van een ongeval is het aangewezen om het ongeval (op de arbeidsplaats of op de arbeidsweg) toch aan te geven aan de arbeidsongevallenverzekering. De werkgever wordt immers niet geacht om zelf het ongeval te beoordelen.
De Arbeidsongevallenwet verplicht de werkgever om ieder ongeval dat aanleiding kán geven tot toepassing van de Arbeidsongevallenwet aan te geven bij de bevoegde verzekeraar.
(1) Voor ongevallen waarvoor de tijdelijke arbeidsongeschiktheid minder dan 4 dagen bedraagt (de dag van het ongeval niet meegerekend), is een vereenvoudigde aangifte mogelijk. Een vereenvoudigde aangifte kan echter enkel via elektronische weg gebeuren.