Vooral in de leeftijdsklasse 50 tot 59 jaar is het aandeel dat zich in een uittredingsstatuut bevindt gedaald, van 13,7 procent in 2000 tot 5,2 pct in 2010. Daartegenover steeg het aantal voltijds werklozen in deze leeftijdscategorie van 1,9 tot 7 procent.
Slechts 37,3 procent van de 55-plussers is nog aan het werk, tegenover 54 procent in Nederland en 58 procent in Duitsland.
Probleem is de lage hertewerkstellingskans in België, merkt professor Sels op. Vlaanderen doet het wat dat betreft nog iets beter dan Brussel en Wallonië, dat helemaal onderaan de rangschikking bengelt. “Voor alle andere landen tekenen we een hertewerkstellingskans op die minstens twee keer zo hoog ligt”, zegt Sels. In Noorwegen ligt de hertewerkstellingskans zelfs acht keer hoger.
In Vlaanderen worden nu ook werklozen boven de 50 jaar stelselmatig ‘geactiveerd’, maar volgens professor Sels heeft het activeren van het aanbod alleen maar zin als tegelijk ook de vraagzijde wordt geactiveerd, en dus de bereidheid van werkgevers om 50-plussers aan te werven.
De grote loonspanning tussen jongeren en ouderen kan een verklaring zijn voor hun aarzeling. In afwachting van structurele aanpassingen werd gepleit voor loonkostenverlaging voor ouderen.
Bron: De Standaard