Welke opzeggingsvergoeding voor professionele sporter?

Het arbeidshof van Antwerpen diende een uitspraak te doen over het bedrag van de opzeggingsvergoeding van een professionele sportbeoefenaar die zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur vroegtijdig verbrak. De vraag rees of er geen verschil in behandeling bestond tussen de professionele sportbeoefenaar, voor wie de opzeggingsvergoeding bij het verbreken van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur kan oplopen tot 36 maanden loon, en de ‘gewone’ bediende, die desgevallend een opzeggingsvergoeding van maximaal 12 maanden loon verschuldigd zou zijn.

Aparte wereld, aparte regels?

De Wet Betaalde Sportbeoefenaar bepaalt dat de benadeelde partij wiens overeenkomst van bepaalde duur vóór het einde hiervan beëindigd wordt (zonder dringende reden), recht heeft op een opzeggingsvergoeding gelijk aan het loon verschuldigd tot het verstrijken van die termijn, zonder dat de vergoeding het dubbel van de vergoeding verschuldigd voor het verbreken van een overeenkomst van onbepaalde duur mag overschrijden.

Bij ontstentenis van een Koninklijk Besluit dat deze bepaling verder uitwerkt, bepaalt de wet verder (op suppletieve wijze) dat deze vergoeding gelijk is aan het loon verschuldigd tot het einde van het sportseizoen met een minimum van 25% van het jaarloon De concrete opzeggingsvergoeding werd vervolgens echter wel verder uitgewerkt: het K.B. van 13 juli 2004 bepaalt dat de deze kan oplopen tot 36 maanden loon. Dit geeft dus een opmerkelijk verschil met de regels van de Arbeidsovereenkomstenwet, volgens dewelke een ‘gewone bediende’ maximaal een opzeggingsvergoeding van 12 maanden loon zou moeten betalen.

Competitievervalsing?

In eerste instantie zag het arbeidshof zich genoodzaakt een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof, om te weten of het K.B. het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schond door het toch vrij markant verschil in behandeling tussen betaalde sportbeoefenaars en bedienden die onder de toepassing vallen van de Arbeidsovereenkomstenwet. Het Arbeidshof stelde ook de vraag of hierdoor het grondwettelijk principe van de vrijheid van arbeid niet werd geschonden.

Het Grondwettelijk Hof bracht echter niet de verhoopte antwoorden, aangezien het zich – terecht – onbevoegd verklaarde om Koninklijke Besluiten aan de Grondwet te toetsen. Het Grondwettelijk Hof merkte op dat het enkel aan de feitenrechter – dus aan het arbeidshof zelf – toekomt om dit te doen.

Het arbeidshof van Antwerpen was dus genoodzaakt om zelf de problematiek te onderzoeken en kwam daarbij tot de conclusie dat het doel dat wordt nagestreefd door de Wet voor de betaalde sportbeoefenaar (namelijk het vermijden van competitievervalsing en het behoud van een bepaalde stabiliteit van de aan de competitie participerende sportploegen) op zich wel legitiem is. Toch het arbeidshof de maatregelen vervat in het K.B. niet evenredig met dit nagestreefde doel. Bijgevolg achtte het arbeidshof dit K.B. strijdig met het gelijkheidsbeginsel, alsook met het principe van de vrijheid van arbeid.

Enorm verschil

Concreet betekende dit dat het arbeidshof het K.B. volledig buiten beschouwing heeft gelaten voor de begroting van de opzeggingsvergoeding. Deze laatste werd bepaald op basis van het (suppletief) regime in de Wet Betaalde Sportbeoefenaar, wat resulteerde in een opzeggingsvergoeding van 10,24 maanden.

Het arbeidshof achtte deze vergoeding wél verzoenbaar met de bepalingen van de Arbeidsovereenkomstenwet, aangezien de opzeggingsvergoeding het maximum van 12 maanden niet overschreed. De professionele sporter die zijn contract voortijdig had verbroken, kwam er dus vanaf met een opzeggingsvergoeding van 10,24 maanden in plaats van 36 maanden. Dit arrest is beslist een belangrijk precedent voor elke professionele sportbeoefenaar die overweegt om zijn/haar contract voortijdig te beëindigen.

Arbeidshof van Antwerpen, 6 mei 2014, AR 2009/AH/199, onuitg.

 

Senior Accountant

KoWala Productions

Aanmelden

Als lid van HR Square hebt u ook de mogelijkheid de digitale versie alsook de archieven van het tijdschrift te raadplegen via onze website.

Keynote

Eva Geluk

Antwerp Management School

La professeure Eva Geluk est titulaire de la chaire « Mental Health at Work » à l’Antwerp Management School. Elle est une experte très sollicitée dans les domaines du bien-être, de la prévention du burn-out et de la réintégration après une absence de longue durée.

Dans cette intervention, elle aborde en détail le bien-être mental et le rôle souvent négligé des dirigeants dans ce domaine. Comment veiller à ce que les collaborateurs se sentent bien dans leur peau ? Quelles sont les bonnes et les mauvaises pratiques qui renforcent ou, au contraire, sapent le bien-être mental des collaborateurs (et de leurs dirigeants) ? Et quel rôle revient aux responsables des ressources humaines ?

S’appuyant sur un cadre de référence scientifique et de nombreux exemples tirés de la pratique (Eva a interrogé plus de 70 cadres, responsables RH et employés dans le cadre de ses recherches), elle présente à Corporate Wellbeing le meilleur des deux mondes.

Workshop

Loïc Vlassakoudis

Vivalia

Loïc Vlassakoudis est Directeur des Ressources Humaines chez Vivalia, l’organisation intercommunale luxembourgeoise qui regroupe 7 sites hospitaliers, une polyclinique et des différentes maisons de repos. Situé entre le Grand-Duché et la France, et dans un secteur où la guerre des talents fait déjà rage, Loïc va expliquer comment Vivalia parvient néanmoins à attirer et à fidéliser une équipe motivée, pour qui satisfaction au travail et bien-être sont des priorités.

Workshop

Pierre Leman

Cliniques universitaires Saint-Luc

Politique de gestion de l’absentéisme à Saint-Luc face à la nouvelle règlementation

Le secteur des soins de santé est traditionnellement confronté à des taux d’absentéisme élevés, ce qui n’est pas une fatalité ni une réalité au sein des Cliniques universitaires Saint-Luc. Par ailleurs, un ensemble de nouvelles mesures et obligations en la matière sont entrées en vigueur.  Dans ce cadre, un projet pilote a été lancé en 2025 à Saint-Luc afin de mieux gérer l’absentéisme au travers de sa politique « Cultiver le lien » et de ses outils. Fort de son succès, l’hôpital a décidé de déployer sa nouvelle approche à l’échelle de toute l’institution dès 2026.  Dans son keynote,  Pierre Leman, Directeur des Ressources Humaines aux Cliniques universitaires Saint-Luc, présentera en détail cette nouvelle politique de gestion de l’absentéisme.

Ben jij klaar om helemaal mee te zijn in de wereld van HR? HR Square Nieuwsbrief brengt je tweewekelijks een overzicht van de belangrijkste feiten, trends en gebeurtenissen in HR-land.

Bovendien krijg je een handige lijst van must-attend HR-events, zodat je niets hoeft te missen.

Gratis in je mailbox. Het enige wat je hoeft te doen is je registreren!