Het verlies aan tewerkstelling situeert zich vooral in de secundaire sector en dit zowel in Vlaanderen als in Wallonië̈. Dit is geen goed teken, aangezien het industriële weefsel van onze economie zich net in deze sector situeert. De tewerkstelling in de quartaire sector, met name de zorg- en culturele sector, kent dan weer in alle gewesten een stijging.
De lagere tewerkstelling in de secundaire sector heeft tevens als gevolg dat er minder arbeiders zijn in kmo’s dan vorig jaar. Ook het feit dat er meer deeltijdse banen zijn bijgekomen terwijl het aantal voltijdse posities afnam, is hier een gevolg van. Deze laatste trend wordt nog versterkt door het feit dat in de quartaire sector verhoudingsgewijs meer deeltijdse medewerkers aan het werk zijn dan in de andere sectoren.